Vrijwillige boswachters proeven aan romantische karakter van vak

op 16 juli 2018 door Stephan Van Appeven TIM-verslaggever

Vaste bezoekers van de Sint Pietersberg hebben wellicht al eens een praatje met ze gemaakt: de zestien vrijwillige boswachters die sinds enkele maanden de professionals versterken in dit stuk natuur. Anders dan de betaalde boswachters, hebben de vrijwillige krachten vooral de taak van gastheer of gastvrouw. Elk weekend maken ze hun ronde en proeven ze bovendien van de romantiek die er altijd rondom dit vak zal hangen. Maar ze krijgen ook te maken met de mindere kant…

Ze zit sinds eind vorig jaar zonder werk, nadat ze slachtoffer werd van een reorganisatie bij haar broodheer: Nel Houtenbos (58), met een wel heel toepasselijke achternaam, coördineert sinds enkele maanden een groep van zestien vrijwilligers die zich boswachter mag noemen, waarvan ze er zelf dus ook één is. De natuurliefhebster is ondanks haar werkloosheid behoorlijk actief; ze is drie volle dagen per week voor Natuurmonumenten, de organisatie achter de boswachters, in de weer. En dat is vooral genieten. Houtenbos: “Onze primaire taak is dat we gastheer of -vrouw zijn. We maken een praatje, wijzen mensen de weg, vertellen wat over het gebied en houden toezicht. We lopen in koppels, elke zaterdag en zondag. Tijdens de bouwvak gaan we dit ook twee keer nog doordeweeks doen. In duo’s lopen is niet alleen gezelliger, maar ook veiliger als je bijvoorbeeld mensen op iets moet aanspreken. Dan moet je denken aan mensen die bijvoorbeeld hun hond los laten lopen. Maar over het algemeen zijn het superfijne gesprekken. De wandelaars waarderen dat je ze vertelt over het gebied. Vaak komen we tijdens onze ronde niet eens tot het eind van de berg, omdat we constant in gesprek zijn met mensen.” Maar het blijft niet alleen bij lopen. Allerlei natuurlijke taken zijn mogelijk als vrijwillige boswachter: “Ik heb van de week nog een herder hier geholpen om de beesten te ontwormen. Als je het kunt verzinnen, kun je het hier doen”, lacht Houtenbos. Dat betekent overigens niet dat de taak als vrijwillige boswachter iets leuks voor erbij is, want ook hier geldt dat vrijwillig niet vrijblijvend betekent. Daarom was er een serieuze selectieprocedure. Zo’n vijftig mensen reageerden op de vacature waarbij er zestien plekken als boswachter te vergaren waren.

Professionals

Nel Houtenbos aan het werk bij het informatiepunt in Fort Sint Pieter.

De betaalde boswachters, die overigens door heel zuid-Limburg rouleren, hebben een meer gestructureerde rol. Ze houden zich bezig met de bestemmingplannen van de bossen, wat er moet gebeuren aan onderhoud, sturen de herders aan etc. Iedere boswachter heeft daarin zijn eigen specialisme: er zijn er die ook alleen op het informatiepunt in Fort Sint Pieter (het thuishonk van de boswachters op de Sint Pietersberg) zitten om evenementen en excursies te regelen of om bestellingen te doen. Een enkeling is boswachter en boa (buitengewoon opsporingsambtenaar) tegelijk, waardoor deze overtredingen binnen de natuur ook direct met een bekeuring kan bestraffen.

Problemen

De boswachters kampen ook met diverse problemen binnen hun gebied. “Omwonenden hebben hier ontzettend veel last van feestende mensen. Complete party’s vinden plaats op de berg met lachgaspatronen en drugs. Er ontstaan een hoop vuurplekken en bomen raken wel eens beschadigd. Mensen zien blijkbaar soms het verschil niet tussen een natuurgebied en recreatiegebied. Je kunt hier vanuit alle kanten de berg op want Natuurmonumenten wil geen hekken plaatsen. En dan komen wel eens foute mensen het gebied binnen.” Mountainbikers zijn probleem nummer 2 volgens Houtenbos. “Die vinden de mountainbikeroute niet zo interessant en komen dan hier crossen door de bossen en richten ook schade aan. Bovendien gaan ze zo hard dat ze wandelaars soms bijna van de sokken rijden. Wij als boswachters krijgen ze in ieder geval niet te pakken.” En dan zijn er nog de eerder aangehaalde loslopende honden die het wild de stuipen op het lijf jagen. “Men weet dat misschien niet, maar een hond is een jager en die laat sporen achter. De gejaagde beesten ruiken die sporen en krijgen daar stress van. Op de paden, als de honden aan de lijn lopen, maakt dat niet uit, daar blijft het wild ook weg. Maar als die sporen van de hond overal opduiken doordat ze niet aangelijnd zijn, voelt het wild zich nergens meer veilig”, aldus Houtenbos, die met haar beleerde manieren van praten ook meteen duidelijk maakt dat ook de vrijwillige boswachter van wanten weet.