Vreemde Ogen: Trots op de Molukse keuken

op 6 oktober 2017 door Hans Moleman TIM-verslaggever

In de serie Vreemde Ogen komen dit najaar nieuwe Maastrichtenaren aan het woord. Hoe zijn ze hier beland -en hoe bevalt het? Deze week vertelt Djehoshua Sahetapy over zijn oma en de liefde voor de Molukse keuken.

Saparua – Maastricht 12.600km

Wie in Maastricht-Oost woont kent ze wel: lunchroom Hierder Hepke, de Italiaan Da Roberto, Friture Martha, de foodvalley aan de Adelbert van Scharnlaan. In het voorjaar is er een opvallende nieuwkomer bijgekomen: Sate by June.

“De eerste Molukse afhaal- en bezorgzaak van Maastricht”, meldt Djehoshua Sahetapy trots. Eigenlijk zelfs de eerste in het hele land: “Omdat wij de Molukse keuken op de kaart willen zetten”.

June wordt gerund door drie Molukse Maastrichtenaren: Djehoshua en zijn neven Refaja en Djehtro. “Refaja en ik staan in de keuken, Djehtro doet de inkoop en de administratie”.

En zoals het gaat met een familiezaak hebben ze dagelijks familie over te vloer. Jongste nichtje Sarai werkt parttime in de keuken, moeders en vaders komen als ze vrij hebben regelmatig helpen met poetsen en voorbereiden.

June is “een droom die werkelijkheid is geworden”, zegt Djehoshua. “Eigen baas is top. Het was in het begin wel heel zwaar, echt een ommekeer in je leven. We hadden hiervoor uitzendbaantjes, met vast loon en ’s avonds en in het weekend vrij. Nu leven we van en voor de zaak. Twaalf uur per dag, alleen op maandag zijn we vrij”.

Voor wie het niet weet: de Molukse keuken is wat milder dan de Javaans-Indonesische, al hebben de gerechten vaak wel dezelfde naam. “Wij hebben een andere bereidingswijze waardoor ze anders smaken”.

Refaja is de chef sate: hij marineert ze, prikt ze aan de spies en grillt ze ook allemaal -inmiddels ruim 1000 stokjes per week. Elke dag wordt alles vers gemaakt. “De Molukse keuken is heel bewerkelijk, dus dat kost gewoon veel tijd. Niet erg, dat wisten we vantevoren”.

Nieuwe generatie

Djehoshua, Refaja, Djehtro en Sarai zijn van de jonge generatie van de Molukse gemeenschap.

Wanneer is jullie familie naar Maastricht gekomen?

“Mijn oma is in 1951 naar Nederland gekomen, met de boot. Gezinnen werden eerst ondergebracht in het leegstaand klooster in Rijckholt bij Eijsden. In 1961, toen de bouw van de speciale Molukse wijk in Heer klaar was, zijn ze daarheen verhuisd.

Heer heeft een van de 71 wijken die begin jaren zestig werden gebouwd door de Nederlandse overheid voor de gezinnen van Molukse soldaten van het KNIL, het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger. De gezinnen waren op last van Den Haag naar hier getransporteerd, omdat ze als gevolg van de Indonesische onafhankelijkheid hun leven daar niet meer zeker waren.

De Molukse wijk van Maastricht is een relatief kleine, met vijf straten in een U-vorm. Djehoshua: “Als ik er in loop voel ik me meteen thuis. De wijk heeft me veel gebracht. We hebben een eigen stichting met een gemeenschapshuis, de Beth-El kerk is vanouds heel belangrijk. De oudere generatie gaat elke week naar de kerk, ze leven voor het geloof”.

“Ik ben een echte Maastrichtenaar. Ik heb hier altijd gewoond en ik zou hier ook nooit willen weggaan. Ik heb op de Suringar school gezeten, net als bijna alle Molukse jongeren. Een protestants-christelijke school, net als de kerk. Dicht bij onze wijk”.

Hoe kwamen jullie op het idee Sate by June te beginnen?

Hij studeerde mbo sociaal-pedagogisch werk op Leeuwenborgh. “Ik wilde jeugdwerker worden. In de wijk en bij de kerk zet ik me ook maatschappelijk in. Maar nu is deze zaak op mijn pad gekomen”.

“We hadden jarenlang meegeholpen bij de familiecatering van oma en haar dochters. Mijn neven en ik vonden het leuk om te doen. De liefde voor koken hebben we gekregen van oma. We hebben de catering overgenomen nadat een van de dochters kwam te overlijden. We zeiden toen tegen elkaar ‘we gaan het voortzetten, onder haar tweede naam, June”.

Eigen wijk moet blijven

Protestant en Moluks in een van oorsprong roomse, Limburgse stad -hoe bevalt dat?

“Ik denk dat wij als Molukkers goed geintegreerd zijn in Maastricht. Onze Stichting Moetiara Maloekoe heeft goede banden met de gemeente, de mensen van Heer kennen onze wijk. Ik heb nooit discriminatie ervaren. Ik heb nog steeds dezelfde vriendengroep van school. Door de band die de wijk geeft blijf je elkaar toch opzoeken, dat is wel bijzonder”.

Molukkers zijn de enige bevolkingsgroep in Nederland met eigen wijken. In 2017 waren er nog 45 gemeenten met zo’n wijk. De meeste zijn nog niet gemengd, op aangetrouwde familie na. Meer dan de helft van de Nederlandse Molukkers woont inmiddels zelf wel buiten de ‘eigen’ wijk.

“Ik woon er zelf ook net buiten, aan de ‘Nederlandse kant’ van de Haspengouw. Daar wonen meer Molukse Maastrichtenaren”, zegt Djehoshua. “Er is discussie of de oude wijk niet opengesteld moet worden voor anderen. Ik denk dat het beter is wanneer de huizen toch nog voor Molukkers blijven, zolang zij zich ervoor blijven inschrijven”.

In 2012 waren Djehoshua, Refaja en Djehtro voor het eerst op de Molukken, samen met hun ouders, zusjes, broertje en oma’s.  Ze trokken een maand rond op de eilanden Ambon, Saparua en Haruku -waar hun voorouders vandaan komen. Verre familieleden opzoeken, de cultuur opsnuiven. “Het is daar zo anders. Echt heel bijzonder”.

De serie Vreemde Ogen is een coproductie van ThuisinMaastricht met Jaarboek Maastricht. Het hele verhaal van Djehoshua en zijn familie is nu te lezen op www.jaarboekmaastricht.nl. Op 23 november verschijnt editie 2017 van het  jaarboek, met alle verhalen van nieuwe Maastrichtenaren in druk. De presentatie is in het Eiffelgebouw.