Vreemde Ogen: Heimwee in Heugem

op 20 oktober 2017 door Hans Moleman TIM-verslaggever

 

In de serie Vreemde Ogen komen dit najaar nieuwe Maastrichtenaren aan het woord die van ver naar onze stad zijn gekomen. Vandaag aflevering 3: Nena Hamzic, die met haar man Denan als vluchteling uit voormalig Joegoslavie kwam.

Zenica-Maastricht: 1550 km

Ze is van Malberg tot Wittevrouwenveld bekend van haar snackkar Nena’s. Specialiteit: cevapcici, lekkere broodjes met gekruide gehaktrolletjes uit het voormalige Joegoslavie. De Bosnische Nena Hamzic woont al ruim twintig jaar in Maastricht, met echtgenoot Denan, dochter Emina en zoon Edvin.

Hoe zijn jullie hier terecht gekomen?

Nena: “Denan en ik komen uit Zenica, niet ver van Sarajevo. Toen de burgeroorlog uitbrak werd het leven moeilijk. Denan wilde niet het leger in. We zijn gevlucht, eerst in een vrachtwagen naar Slovenie, daarna per auto verder naar Geleen. Daar woonde mijn broer al. Die was een jaar eerder uit Zvornik naar Nederland gekomen, met een van de eerste officiele vluchtelingenkonvooien”.

Drieentwintig jaar geleden is het inmiddels dat ze vluchtten. Nena was 29, haar man 33. Eerst zaten ze veertien maanden in een azc in Veendam. Toen de papieren waren geregeld konden ze snel een huurwoning krijgen in Maastricht, in Pottenberg, met de net geboren Emina.

Hoe ging het, als kersverse Maastrichtenaren?

“Moeilijk”, zegt Nena.

In Zenica was ze lerares rekenen op een lagere school, haar man werkte er in een winkel. Eenmaal in Nederland wilden ze meteen weer gaan werken, na een maandje taalles. “We moesten geld sturen naar onze familie. Het was oorlog daar, ze hadden hulp nodig”.

Denan kreeg eerst een Melkertbaan, daarna werkte hij als produktiemedewerker onder meer bij de Mora, bij Nedcar en bij Sappi. Daar kon hij een vaste baan krijgen. “Ik ben er niet meer weggegaan”.

Nena ging ook meteen aan de slag. Niet als rekenjuf, daarvoor zou ze eerst goed Nederlands moeten leren. “Ik ben schoonmaakwerk gaan doen. Zestien jaar lang. Maakt niet uit, het is beter dan thuis zitten”.

Harry en Tinie

Het nieuwe leven was wennen, met de taal als grootste hindernis. Werden ze uitgenodigd op een verjaardag bij de buren, en dan begreep je niet goed wat er gezegd werd. “Je blijft glimlachen, maar je gaat ook denken ‘wat zeggen ze over ons”.

“Gelukkig hadden we goede buren”, zegt Emina. Maastrichtenaren als Harry en Tinie. “Hele lieve mensen. Ze woonden boven ons in de flat in de Majolicastraat”.

“Die hebben ons zoveel geholpen”, zegt Nena. “Met de taal, met alles. ‘Dat is een kopje. Dat is een lepeltje. Dat is een telefoon’, zeiden ze dan. Zo hebben wij taal geleerd”.

Het leverde soms grappige misverstanden op. Dan mopperde Denan dat hij weer de hoer moest betalen. Waarom, zei Harry, je hebt toch een vrouw? “Hij bedoelde natuurlijk huur”, zegt Nena onder gelach in de huiskamer. Maar de uu kennen we niet in het Bosnisch’.

Pottenberg was gezellig. Met mooi weer ging je er voor de deur zitten, een praatje maken. “Harry en Tinie hadden paarden. Dan mocht ik er een rondje op rijden”, zegt Enima.

En vlakbij had je toen nog zwembad Dousberg, daar gingen ze vaak heen. De herinnering roept vrolijkheid op:  “Daar mocht Denan niet roken!”

Nu wonen ze in Heugem, in een beter huis. Aardige buurt, maar toch anders. Minder gezellig buiten.

Universiteit

De nieuwe generatie Hamzic doet het goed hier. Emina ging naar het Porta Mosana college, nu is ze aan de Universiteit Maastricht net begonnen aan de masteropleiding privaatrecht. “Misschien doe ik er nog een tweede master bij. Ik zou graag een baan vinden als jurist bij een bedrijf, of als advocaat”.

Edvin, in 1997 in Maastricht geboren, studeert mbo toerisme op Leeuwenborgh. Hij loopt nu zes maanden stage als receptionist in het Apple-hotel naast het MVV-stadion. Elke dag de stropdas om. En daarnaast werkt hij in een restaurant. “Lange dagen soms”, zegt de 19-jarige. Volgend jaar gaat hij zijn diploma halen.

De toekomst van de kinderen, daar gaat het om, zeggen Denan en Nena. “Als zij het maar goed hebben”.

Nena stopte eind 2011 met schoonmaken bij de Hago, om te beginnen met de cevapcici. Eerst met de karakteristieke kar op het Raadhuisplein in Heer, en van lieverlee overal in de stad waar ze maar mocht staan: Belfort, Daalhof, Caberg, Amby, de markt op woensdag. Nu staat ze nog in Wittevrouwenveld en Malberg.

“Het is geen vetpot, je kunt er als familie niet van leven”. De gemeente maakt het je ook niet makkelijker, is haar ervaring.

Wat zou er beter kunnen?

Dat de snackwagen op de Markt verplicht om acht uur ’s ochtend open moest, bijvoorbeeld -terwijl er tot elf uur echt geen klanten zijn voor gekruide gehaktrolletjes. Dat je standaard voor tien meter moet betalen, terwijl je kar maar drie meter breed is. Dat de gemeente snackkarren zo weinig geen goeie plekken in het centrum gunt – een staanplaats zoals Musti heeft in de Stationstraat.

En waar ze nu staan, in Wittevrouwenveld en Malberg, mag je geen stoeltjes neerzetten. Alleen staantafels. Terwijl je oudere mensen hebt die wel even willen zitten met hun broodje.

“Het is zo streng allemaal”, zegt Nena. Emina: “Sommige dingen in Maastricht zijn te bureaucratisch geregeld. Ik zou het anders doen, als gemeente”.

Heimwee

Van de zomer zijn ze weer naar Bosnie geweest, zoals elk jaar. Op vakantie bij familie, oude vrienden weer zien. Zomers komen veel ex-vluchtelingen weer even terug, mensen die nu in landen als Australie , Duitsland, Noorwegen, Zweden, Luxemburg en Nederland wonen. De Bosnische diaspora is wijdverspreid en groot.

Ze hebben heimwee, jazeker. Nena: “Als kinderen niet hier zouden zijn, zou ik niet lang hoeven nadenken”.

“Bosnie is ons land”, zegt haar man.

“Als de situatie er economisch beter zou zijn, als ik er werk zou kunnen vinden, zou ik er wel heen willen”, zegt Emina. “Maar we hebben hier nu iets opgebouwd, met vrienden en alles, en dat zouden we dan achter moeten laten. Dat is ook niet eenvoudig”.

Ze woont met haar Bosnisch-Vlaamse vriend bij Hasselt, hij heeft een vaste baan. Hij is in Duitsland geboren, zijn ouders komen uit de buurt van Zvornik, bij de Drina, de grensrivier met Servie.

“Je hebt daar geen toekomst”, zegt hij. Jongeren in Bosnie proberen er juist weg te komen, een vriend of vriendin te vinden in het buitenland.

In Maastricht wonen zo’n dertig tot vijftig families van Bosnische vluchtelingen, schat Nena. In Roermond en Geleen zijn het er meer -in Roermond is ook een Bosnische moskee, in een gewoon huis. Voor de gezelligheid worden er soms in Sittard feesten georganiseerd, met een goede zanger erbij. Dan komen ze van verre, uit Amsterdam, uit Duitsland. Allemaal ex-Joegoslavische families bij elkaar, niet alleen Bosniers, maar ook Serviers en Kroaten.

Dat zijn mooie avonden, zegt Nena. Alsof het nooit oorlog is geweest.

De serie Vreemde Ogen is een samenwerking van ThuisinMaastricht.nl met Jaarboek Maastricht. De verhalen van de Nena en vele andere nieuwe Maastrichtenaren staan in het nieuwe Jaarboek, dat op donderdag 23 november in het Eiffelgeboouw wordt gepresenteerd. Ze zijn ook op de nieuwe site JaarboekMaastricht.nl te vinden.