Laurens Bouvrie
TIM-verslaggever 21 maart 2020

Maastricht in permanente zondagsrust

De eerste ‘Maastricht in coronavirus-modus’ week zit er bijna op. Stadschroniqueur Laurens Bouvrie trachtte zoveel mogelijk zijn dagelijkse rituelen ‘aon de geng’ te houden. Met gesprekjes, fotograferen en anderzijds observeren – altijd op gepaste afstand – werd die eerste week waarin Nederland voor een belangrijk deel op slot ging wat betreft zijn eigen ‘werk’ redelijk normaal. Maar zoals hijzelf zegt: “Geluid en beleving in hartje Maastricht geven je iedere dag, van ’s ochtends tot in de late middag,  het zo kenmerkende zondagochtend-voor-het-leven-op-gang komt gevoel”. Lees zijn bevindingen van het dagelijks leven tijdens de coronacrises.

“Dinsdag  17 maart. Dag twee van mijn werk in een stad die net zoals alle andere steden niet zichzelf is. Zondag nam ik het besluit om – alle adviezen in regels in acht nemend – zoveel mogelijk mijn dagelijkse werk- en leefritme te behouden. Op weg met de fiets naar hartje Maastricht voel ik iets van spanning. Neen, niet om door onze gemeenschappelijke onzichtbare vijand – COVID-19 – te grazen worden genomen. Ook niet vanwege sensatiezucht. Het komt door het besef dat ik mij bevind in een week die niemand van ons ooit heeft meegemaakt; en wie het weet mag het zeggen: hoeveel weken staan er straks op de eindteller. Het gerommel in de onderbuik verdwijnt al fietsend vrij snel. Daar is vooral de zon en een prettige warmte debet aan. De warmte van de koperen ploert boort al snel met gemak door de ochtendfrisheid. Alle weerparameters staan voor deze dag op het sein: Pluk de Dag! Maar al fietsend door de Pieterstraat, Hondstraat en Bredestraat merk ik dat het prachtige weer niet parallel loopt met de dynamiek  – beter gezegd het gebrek daaraan – van modern Maastricht. Neen een ghost city is de Limburgse hoofdstad nog niet; maar de opgestapelde terrasstoelen, amper verkeer en een zondagochtend stilte verraden – voor wie niet zou weten wat loos is – dat dit geen gewone dinsdag is.

Met mijn take-away cappuccino van Delifrance in de Grote Staat – mijn koffie-anker zolang ze willen en/of mogen open zijn – begin ik mijn dagelijkse buitenactiviteiten niet op een rieten stoel van de Struys, Local of andere horecagelegenheid; de trapjes voor de Sint Servaas heb ik een dag eerder al gebombardeerd tot mijn alternatieve boetekentoer. De drie daaropvolgende dagen krijgt dit nieuwe ritueel een vast gevoel. Zo snel gaat het. De menselijke geest is – indien nodig – van elastiek. Om vrijdag 20 maart – wat is het grijs en vooral koud – besluit ik wel op de trapjes van de Vrijthof-kiosk te gaan zitten. Waarschijnlijk niet echt warmer dan mijn nieuwe krantenleesplek, maar het voelt meer beschut. De aanloop deze eerste dagen valt zeker niet tegen. Zeker in verhouding tot het geringe aantal mensen dat onderweg is, komt het regelmatig tot een praatje.

Voelen ja, dat is het woord dat mij veel bezighoudt. Alles wat je dezer dagen doet voelt anders. Grote vraag: gaat deze ‘state of mind’ wennen. Klinkt misschien raar, maar dat ‘anders’ bemerken ongetwijfeld ook heel veel Maastrichtse viervoeters. Vanaf dag een van dit ‘nieuwe leven’ heb ik nog nooit zo veel baasjes met hun honden zien wandelen. In de parken, in de buitengebieden, door de straten. Menige hond weet niet wat hem overkomt. ‘Alweer wandelen!? Wat is loos met mijn baasje? In het after-coronavirus-crisis-tijdperk wordt het straks flink wennen voor de Bobby’s, Bella’s, Maxen en Luna’s.

Schreef ik hierboven ‘state of mind’? Ja dus. Niets menselijks is mij vreemd. Zonder erg doe ik mee aan de verengelsing van ons Nederlands en Maastrichts. Een van deze eerste dagen zit ik in die heerlijke zon behalve te observeren ook te mijmeren. Bijvoorbeeld over de krachten die bij heel veel mensen vrij komen om waar mogelijk anderen te helpen. Van Koning tot Leger des Heils-mensen, van de premier tot de stille Maastrichtenaar die een kemissie doet voor de bejaarde buren. En wat worden we – daar gaan we weer – iedere minuut geüpdate over de situatie in stad en land. Wat voelt het warm dat alle generaties onder pak hem beet de 65 – dan tel ik ook nog net mee – zich wil inzetten voor de senioren en kwetsbaren van ons land. Ook zij volgen het nieuws, tips en andere relevante informaties. Wat is het dan toch onvoorstelbaar dat iedereen het continue heeft over ‘lock down’ in plaats van het simpele voor iedereen te begrijpen ‘op slot’. ‘Wat is dat keend dee lokdauw?’, vraagt dezer dagen een bijna 90-jarige moeder aan haar dochter. Help de medemens, maar hou het simpel. Zeker voor hen waarvoor het moderne leven toch al bijna niet bij te benen is.

De woensdagochtend begint nog fraaier dan de dinsdag. Niet alleen wat betreft het weer. De stilte in de stad is gelijk aan die van de twee dagen er voor. Maar op de Markt – zonder Woensdagmarkt – is er bij een van de stenen bankjes bezijden het standbeeld van Minckeleers, is er toch enige levendigheid. Een aantal Leger des Heils-mensen heeft daar een koffiestandje gemaakt voor hen wier bestaan voor een groot deel op straat plaatsvindt. De koffie die Paul en Isabella hebben gemaakt is voor een cappuccinodrinker nogal aan de sterke kant. Daar kan ook een flinke scheut melk niet veel aan veranderen. Maar de sociale warmte – en iedereen doet zijn best afstand te houden van elkaar –  geeft een fijn gevoel. De stad is stil maar dat wil niet zeggen dat het leven ook stil moet staan. Het zijn de kleine dingen die het doen, zo blijkt deze woensdag op een steenworp afstand van het stadhuis.

Verraden de opgestapelde terrasstoelen dat horeca Maastricht noodgedwongen geen thuis kan geven. Toch is achter en soms voor de deuren toch hier en daar bedrijvigheid. Dennis Hardy, een van de vaste medewerkers van cafe In den Ouden Vogelstruys, vindt het een kleine moeite om een keer de was op te vouwen. Loek Rekko heeft – geheel toevallig – voor zijn zaak Old Dutch een verbouwing op het programma staan. ‘Twee weken lang’, meldt hij. ‘Maar gezien de situatie mag het ook een paar dagen langer duren.’ Een van de uitvoerders van de werkzaamheden, een elektriciën van Elinkeu uit Cadeer en Keer lijkt mee te hebben geluisterd. Hij geniet van de zon en zijn boterhammen op een verder leeg en stil Vrijthof.

In deze tijden waar talloze mensen zich dagelijks volledig uit de naad werken om voor zieken te zorgen, kwetsbare mensen te beschermen is blijkbaar nog niet iedereen bewust van zelf ook een steentje bij te dragen; tienduizenden mensen leveren buiten alle medische arbeid dagelijks een bijdrage om de maatschappij zo veel mogelijk in gang te houden om straks bij een opstart zonder problemen verder te kunnen gaan; dezer dagen is het menigeen nog steeds niet duidelijk dat we met zijn allen verantwoordelijk zijn. Personal trainers en hun volwassen pupillen die dicht op elkaar hun oefeningen doen. Gezondheidsfreaks? Meer losbollen zijn het die push-ups doen met handjes geven tussendoor. Niet minder roekeloos zijn de zonaanbidders die zonodig op een kluitje naast elkaar liggen in het park.

In de buitengebieden van Maastricht zie je gelukkig andere taferelen. Veel wandelaars en fietsers genieten van de natuur. Thuiswerken heeft zo zijn voordelen lijkt het. Dat kan ook ’s avonds. Nadeel van al die thuiswerkers. Moet je om een of andere reden toch even weg met de auto; een parkeerplek vinden – normaliter overdag nooit moeilijk – is geen sinecure. Het Vrijthof blijft nog wel even stil. Dat zal het broedende slechtvalk-koppeltje met hun nestje boven de klok van de Sint Janskerk niet erg vinden. Net zo min de in de binnenstad wonende pappa’s en mamma’s. Het plein voor Sint Servaas en Sint Jan en in de maand juli al jarenlang verworden tot André Rieu Plein is nu voor – opvallend genoeg – vooral pappa’s en kroost de favoriete speelplek geworden. Dat beeld zal voorlopig wel blijven bestaan; tenminste als de onverstandige ‘op-elkaars-lip-blijven-levende’ betweters en volslagen door het lint raaskallende Robert Jensen’s van deze wereld het niet verpesten voor de verstandigen van dit land.”

 

 

 

 



Lees ook