Laurens Bouvrie
TIM-verslaggever 21 mei 2020

Verkeersregels in de winkelstraten; veiligheid en ruimte creëren voorlopig belangrijker dan esthetica

De wegmarkeringsbedrijven hebben hun werk gedaan; wethouders Vivianne Heijnen en John Aarts de uitleg over het hoe en waarom gegeven; Centrummanagement Maastricht is bij honderden winkeliers voorbij gegaan met informatiefolders en -posters; en last but not least: zo ongeveer iedere Maastrichtenaar heeft zijn mening op social media dan wel op straat gegeven over de vandaag (Hemelvaartsdag) van kracht wordende ‘verkeersregels in winkelstraten’ tijdens deze nieuwe fase van de coronacrisis.

De verwensingen op social media leverden de afgelopen 48-uur behoorlijk wat schuttingtaal op; ook de beschaafdere kritiek was niet van de lucht. De belijningen in de binnenstad die als taak hebben het winkelend publiek bij drukte zoveel mogelijk op anderhalve meter afstand van elkaar te houden, zorgde voor net zoveel – zo niet meer – reuring in de Maastrichtse samenleving. Kortom, de beslissing van het stadsbestuur en beleidsmensen om van de winkelstraten een soort van verkeerswegen te maken is niet onopgemerkt gebleven. Dat betekent dan in ieder geval wel dat iedereen de komende tijd weet heeft van hoe in de binnenstad gelopen dient te worden.

‘Niet normaal’, reageerde iemand op de belijningen en de borden die vanaf afgelopen woensdag geplaatst werden. Een waarheid als een koe. En ja, de verkeersborden zijn niet de mooiste objecten ooit geplaatst in hartje Maastricht. De kritiek is begrijpelijk. Maar het zou de critici sieren om massaal mooie alternatieven te geven. En niet minder te beseffen dat deze maatregelen door de stad niet worden genomen om mensen te pesten of schoonheidsprijzen in de wacht te slepen. Er zijn feitelijk maar twee doelen: bij drukte het publiek zoveel mogelijk –  door gezamenlijke discipline en letterlijke richtlijnen – veilig door de stad te laten lopen, en winkeliers en straks horeca de ruimte te geven weer hun dagelijkse werkzaamheden te kunnen laten uitoefenen.

Gisteren (woensdag 20 mei) ging een groep aan Centrummanagement Maastricht verbonden mensen uren op pad. Ze hadden honderden folders en posters bij zich. Informeren en motiveren is dezer dagen een belangrijke taak van het team van Paul ten Haaf. Zijn naaste medewerker Tom Berghmans draait overuren om de genomen maatregelen zo goed als mogelijk te laten landen bij winkeliers en publiek. In het voortraject van die acties deden dat ook al de wethouders Vivianne Heijnen en John Aarts. Net zoals de beslissers in Den Haag hebben zij de pittige taak om vanuit het niets en zonder welke vergelijkingssituatie dan ook knopen door te hakken. Of maatregelen werken, belangrijker nog gedragen zullen worden: niemand kan het vooraf weten. Zijzelf zullen het nooit zeggen. Daarom wel de scribent van dit artikel: in normale omstandigheden probeer je van te voren iets uit, dan wel heb je al expertise over wat je gaat doen. In deze coronacrisis is vrijwel iedere maatregel een zonder welke ervaring dan ook. Feit is wel dat iedere keer weer op lokaal niveau beslissingen worden genomen die er voor moeten zorgen dat de landelijke richtlijnen gehandhaafd blijven. Maastricht kan en mag niet eenzijdig de anderhalve meter regel aan zijn laars lappen. Dat heel veel mensen inmiddels vinden dat het wel welletjes is geweest met alle beperkingen is dan weliswaar een gegeven. Of die instelling de juiste is weet niemand. Feit is wel dat zelfs Maastricht en haar bestuurders zich moet inzetten om COVID-19 niet opnieuw in volle hevigheid te laten toestaan. Vanuit die optiek bezien is het natuurlijk ook de vraag of de aangelegde belijningen, het plaatsen van de borden en andere maatregelen echt zoveel negativiteit verdienen. Indien de mening is: ja dat is wel zo, is het uiteraard altijd goed om met een uitgewerkt alternatief te komen die de stad de komende maanden een steeds uitgebreider open maar blijvend veilig karakter geeft.

 

 

 

 



Lees ook