Van Commel en den Hof van Lenculen: deel acht

op 9 mei 2018 door Algemene redactie

Een paar schetsen over de oudste geschiedenis van het Kommelkwartier.

Aangezien de oude kloosters, Pieterstraat en Minderbroedersberg, niet meer beschikbaar waren moest omgekeken worden naar iets anders. In 1853 werden drie huizen in de Abtstraat aangekocht en voorlopig ingericht als woning en kapel. Collecten en giften hadden vervolgens zoveel bijeengebracht dat al drie jaar later gestart kon worden met de bouw van de nieuwe kloosterkerk. In 1856 opende het nieuwe klooster met een theologieopleiding. Notaris van Hees gaf aan de paters zijn huis met tuin gelegen aan de Tongersestraat 28. Het huis werd al direct in 1860 afgebroken om zodoende een betere toegang tot de kerk en klooster te verkrijgen en werd de “Patersbaan” aangelegd. (Het verdwenen huisnummer is ook nu nog steeds op te merken).

De paters organiseerden in hun gebouwen avonden voor arbeiders en kleine middenstanders via franciscaanse verenigingen met het gebouw van de Derde-Orde als het meest bekende trefpunt.

In 1934 was ergroot feest toen het feit herdacht werd dat de paters 700 jaar in de stad werkzaam waren. Gelukwensen werden ontvangen van de paus, burgemeester van Oppen sprak namens de gemeente zijn dank uit en bisschop  Lemmens kwam een plechtige H. Mis opdragen. Van de burgerij kregen de paters een schilderij van Hub. Levigne aangeboden. Als geschenk van de gemeente werd de toegangspoort tot de Patersbaan gebouwd zoals wij die nu nog steeds kennen. De foto uit 1934 geeft een goede indruk hoe de situatie al die tijd daarvoor geweest moet zijn. In de stoet zijn te herkennen paters franciscanen, de dames en heren van het feestcomité, een harmonie (St.Hubertus?). Een zuster van “Onder de Bogen” staat er met een groepje weeskinderen uit de ‘Nieuwenhof”. Rechts op de foto de sigarenwinkel van de dames Servaes, links banketbakker Dexters. 

De tweede wereldoorlog

In de zomer van 1941 werd het klooster van de paters door de Duitsers gevorderd en de cellen werden ingericht tot gevangenis. De paters verhuisden voor een deel naar een klooster in Hoogcruts en 10 paters en broeders verhuisden naar een pand op de Parkweg. Men hoeft niet veel fantasie te hebben om zich te kunnen voorstellen wat er toen in die gevangenis gebeurd is. In april ’42 vond er een proces plaats; 24 verzetsmensen werden ter dood veroordeeld en naar het kamp Sachsenhausen gevoerd. Een maand later werden zij er om het leven gebracht. In eerste instantie werden zij sober herdacht door een zwarte steen in de grond ongeveer op de plek tussen de appartementen van de Abtstraat/Patersbaan en de Lenculenhof. Toen de nieuwe appartementen gebouwd werden, werd een betere plek gevonden. Tegen de afscheidingsmuur van de parkeerplaats van de universiteit is een gedenkteken ter herinnering aan deze mensen aangebracht. Hun namen zijn er op aangebracht en van één der verzetsmensen, Jaap Sickenga, is een gedicht vermeld:

Ons bedreigt

         ’n andere dood

         Dan ’t lood –

                  Onverschilligheid.

                  Die daaraan lijdt

Opbouw van de herdenkingspoort in 1934. De enige nog overgebleven herinnering aan de paters Franciscanen in Maastricht.

                  Sterft voor zijn tijd –

Na de oorlog konden de paters nog niet terugkeren naar hun klooster. Het werd enige tijd gevangenis voor NSB-ers en daarna werden er Amerikaanse militairen gelegerd.

Het duurde vervolgens niet lang of de paters konden hun werk hervatten, niet alleen in hun eigen kerk, maar zij verleenden op talloze plaatsen in de stad assistentie. De naam van pater Castorius in de Stokstraat zal de meeste oude mensen aanspreken. Maar zij waren ook te vinden in het Gerarduskerkje in Wyck, in het patronaat van de St. Antoniusstraat en op nog zoveel meer plaatsen. De paterskerk werd druk bezocht, mede door het feit dat er bekende paters hun preken hielden. In de jaren ’60 was de kerk vaak geheel gevuld met jongeren met een eigen jeugdkoor. En er waren natuurlijk de vele diverse activiteiten in het al eerder genoemde Derde Orde gebouw.

De ontkerkelijking die in de jaren zestig begonnen was kon niet onopgemerkt aan de paters voorbijgaan. Moeilijke besprekingen volgden, hoe konden de paters verder gaan? Rond 1970 werd besloten de gebouwen te verkopen waarna sloop zou volgen; het Derde Ordegebouw was buiten de verkoop gehouden. De paters die er nog waren werden op verschillende plaatsen in de stad gehuisvest, en dat is vandaag de dag, zij het op kleinere schaal, nog steeds het geval.

En met de Patersbaan zijn we, na letterlijk een rondgang om het verzorgingshuis ‘de Lenculenhof’gevolgd te hebben, weer op de Tongersestraat aanbeland. Daarover meer in een volgende publicatie.

 

Tekst: Gérard Dielemans

Lees hier de voorgaande artikelen.