Toekomstig Zorgcentrum Borgharen middel tegen vereenzaming

op 30 mei 2017 door Renee Bekkers

Fotograaf: Aron Nijs

Mensen die tot 12 uur in hun pyjama moeten rondlopen. Of 1,5 uur onderweg zijn voor dagopvang. Zo veel mensen die eenzaam zijn. Als het aan huisarts Thijs Wetzels ligt, gaat dat in Borgharen binnen nu en 2 jaar veranderen. Sterker nog: er is al een heleboel veranderd. Als geen ander kent de jonge huisarts de behoeftes in zijn buurt. En daar speelt hij met een enorme drive op in. In amper 1,5 jaar tijd is zijn praktijk uitgebreid met een dagopvang en een ontmoetingsplek. En daar stopt het niet. Integendeel. Zijn plannen zijn groots. Thijs over Zorg aan de Maas, zijn drijfveren en de stip aan de horizon.

“Vroeger telde Borgharen zo’n 13 cafés. Er was een supermarkt. Plekken waar mensen elkaar ontmoetten. Nu is er nog 1 café. En er is geen winkel meer. De eenzaamheid onder ouderen neemt toe. Het gemis aan sociale contacten groeit. Ik zie het iedere dag in mijn werk. En ik zie ook de mensen die lichamelijk vastlopen, die dement zijn. Ik ontmoet de mantelzorgers. Doordat zij de hele dag met hun partner bezig zijn, hebben ze zelfs geen tijd om bijvoorbeeld de koelkast schoon te maken. Kortom: er was behoefte aan een ontmoetingsplek. En aan een zorgplek, aan dagopvang. Die was er vroeger wel, maar is verdwenen. Daardoor waren mijn patiënten nu vaak lang onderweg voor opvang. Zo is bij mij het idee ontstaan: ik zorg zelf voor dagopvang. Ik heb 2 vriendinnen geappt en gevraagd of ze zin hadden om dit project samen vorm te geven. 3 maanden later was de dagopvang een feit. Nou ja, zo goed als. Want het papierwerk dat erbij komt kijken, gaat je niet in de koude kleren zitten. Maar uiteindelijk is het goed gekomen.”

De dagbesteding

Inmiddels telt het ‘klantenbestand’ van de dagopvang zo’n 18 mensen die tussen de 1 en 4 dagen per week gebruikmaken van de voorziening. 90 procent van hen heeft een Wmo-indicatie. 2 een indicatie uit de Wet langdurige zorg. “Al deze mensen wonen nog thuis. De meesten in Borgharen of Itteren, maar iedereen is welkom. Wij zorgen voor lucht bij hun partners. En spelen in op de behoeftes van de mensen, maar ook op hun beperkingen. Aan het roer staan die 2 vriendinnen. Mijn partner werkt mee. En de assistente van de praktijk ook 1 dag. Daarnaast werken er 4 vrijwilligers hard mee. Mijn schoonmoeder bijvoorbeeld zingt iedere week met de mensen. En we koken elke dag een warme maaltijd. 2 weken geleden hebben we lekker gegourmet. We gaan er ook op uit samen. De 4-sluizentocht van Stiphout stond pas nog op het programma. En we gaan in juli weer naar Rieu. Ook 1 op 1 aandacht hoort in het aanbod. Nageltjes lakken. De mensen verwennen. Je merkt dat het mensen goed doet. Ze worden actiever en gaan meer bewegen. We gymnastieken, schilderen, jeu-de-boulen. En er is entertainment. Vanmorgen nog stelde een oud-buuttereedner voor om een keer gedichten te komen voordragen. Leuk toch?”

Een huiskamer
Inmiddels is de praktijk ook een huiskamer rijker. Thijs: “Dat is vooral te danken aan de dorpsraad. In deze huiskamer kan iedereen voor een heel klein bedrag een kopje koffie of thee komen drinken. Noem het een dorpscafé. 19 vrijwilligers zijn er mee in de weer. . En er wordt ook wel eens gekookt. Laatst nog lasagne.”

Een soort ziekenhuis

Thijs Wetzels

Thijs Wetzels

En dan zijn we er nog niet. Want de huisarts wil meer. Zijn stip aan de horizon is een zorgcentrum. “En dat is iets anders dan een medisch centrum. In dit centrum vind je zowel medische zorg – een fysio-, podo- en ergotherapeut krijgen er natuurlijk een plek -, als sociale contacten. ik wil naast dagopvang en de huiskamer, ook een eerstelijnsverblijf aanbieden, horeca, thuiszorg en een stilteruimte.” Dat vraagt om verduidelijking. Thijs: “Met eerstelijnsverblijf bedoel ik een soort van ziekenhuis voor mensen die wel ziek zijn, maar niet naar een ziekenhuis moeten. Maar die ook niet thuis kunnen zijn. Een plek met 10 bedden. Voor mensen die even moeten bijkomen van chemo. Of die moeten herstellen van een heupoperatie. Laatst had ik een oudere dame die haar 2 polsen had gebroken. Zo iemand wil je gewoon 5-6 weken kunnen opnemen. Nu moet je eerst contact opnemen met een verpleeghuisarts. Die moet een afspraak maken. En daar gaat allemaal tijd overheen. En ondertussen moet er wel iets gebeuren met die mevrouw. Dat schiet niet op. Ik wil gewoon kunnen bellen als ik bij zo iemand op huisbezoek ben: hebben we nog plek? En dan moet het geregeld zijn. Bijkomend voordeel van dit verblijf: ik heb het hele dossier in huis. Met ook nog eens minder risico op bijvoorbeeld medicatiefouten. Veel efficiënter.”

Een brasserie
Het sociale aspect van het centrum wil Thijs vergroten via horeca in het pand. “Ik zie het voor me als een brasserie met ook een maaltijdvoorziening voor mensen die zijn opgenomen in het eerstelijnsverblijf, mensen die komen voor dagbesteding, het personeel, maar ook voor mensen in het dorp. Die maaltijden kunnen worden rondgebracht door vrijwilligers. Of mensen komen hier eten. Ontmoeting en contact zijn sleutelbegrippen. En ook fijn voor andere patiënten: zij kunnen na afloop van hun consult even binnenlopen voor een lekkere kop koffie. Je krijgt een andere sfeer als je het uit het medische haalt. Dan wordt het ook menselijker. Vandaar dat er ook een stilteruimte komt. Een plek waar mensen even kunnen bezinnen. Rust te midden van alle hectiek. Om even te kunnen bijtanken en genieten. En we willen er ook lezingen houden: bijvoorbeeld over gezond leven.”

Thuiszorg
De thuiszorg wil Thijs ook zelf gaan verzorgen vanuit het centrum. “En medewerkers kunnen dan rouleren in zowel het eerstelijnsverblijf als in de thuiszorg. Mensen zijn multi-inzetbaar. Dat is ook veel prettiger voor de patiënten. Plus nu is het zo dat mensen vaak lang moeten wachten op thuiszorg. Ik hoor van patiënten dat ze soms tot 12 uur in hun pyjama moeten blijven zitten omdat de ‘routes vol zitten’. Ik denk dan: wees creatief. Maak een nieuwe route of verzin wat. Je zou ook niet willen dat je moeder tot 12 uur in haar pyjama moest blijven zitten omdat niemand eerder tijd had. Als iemand t thuiszorg nodig heeft, kan ik die gelijk opstarten. Kleinschaligheid werkt dan enorm in je voordeel. Ja, ik denk dat ik op een aantal vlakken echt winst kan boeken voor de mensen.”

Investeren in meer
Over winst gesproken: what’s in it voor onze huisarts? Ik verdien mijn salaris met mijn huisartsenpraktijk. De eerste jaren zal het me vooral geld kosten. Ik speel misschien wel quitte, maar dan heb ik mijn uren en die van mijn partner niet meegeteld. En misschien als het straks allemaal lukt, houd ik er wat extra geld aan over. Dat is dan mooi meegenomen. Dat geld kan dan weer gebruikt worden om verder te investeren. In bijvoorbeeld een eigen taxibus. Zodat we mensen letterlijk uit hun huis kunnen halen. Financieel stel je doelen: wat vind ik belangrijk? Hoe wil ik leven? 2 keer op vakantie? Af en toe uit eten. Een fijn huis. Dat is het voor mij. Ik word niet gelukkiger van een Porsche voor mijn deur. Het lijkt me leuk, maar daar zit voor mij niet het geluk in. Wel in de dingen die me energie geven. Zoals dit project. Ik investeer in mijn passie. En ik geloof er heilig in: hoe meer je geeft, hoe meer je krijgt. Dat geldt voor alles in het leven.”

Geluk

Thijs Wetzels

Thijs Wetzels

Concreet? “Een patiënt van me, 86 lentes jong, was net met dagbesteding begonnen. Een beetje huiverig, want ‘was dagbesteding niet iets voor oude mensen?’ en ‘het is toch iets nieuws Thijs’, maar ze kwam. En ze had al snel de smaak te pakken. Ze had, zoals ze het zelf omschreef, ‘haar leven weer terug’. Vervolgens kreeg ze kanker. Terminaal. En tijdens een van mijn bezoeken zei ze me: ‘Thijs, ik baal er zo van. Ik was net opgefleurd en nu ga ik dood.’ Tragisch, ja, maar ook een enorm compliment. En dat zijn voor mij de dingen die het mooi maken. Geen grote doelen, maar juist deze kleine dingen, die maken het mooi. Daar word ik gelukkig van.”

De planning
Thijs: “De huiskamer en de dagbesteding zijn er. Maar de huidige plek is te beperkt. De dagbesteding is bijvoorbeeld op de eerste verdieping. Er is een lift maar ik wil naar een plek die beter toegankelijk is. Met een oefenzaaltje. Investeerders vinden is ook een stap. Ik loop al 2-3 jaar met dit plan in mijn hoofd, nu moet ik anderen overtuigen van dit concept. Ik ga contracten sluiten met de zorgverzekeraars. Vergunningen regelen met de gemeente. En het belangrijkste? Ik heb de dorpsbewoners nodig om achter me te staan. De planning? 2019. 2 jaar en dan moet alles er staan. En daarvoor gaan we alle mogelijke bronnen aanboren. Crowd funding, niks is te gek. Zo staan we in alles. Dus iedereen die hierin gelooft en wil meedenken: welkom. Organisatorisch, financieel, maakt niet uit. We hebben een stip en daar gaan we heen.”

Fotograaf: Aron Nijs


Ontdek jouw buurt

Kies jouw buurt op de kaart

Laatste berichten