Laurens Bouvrie
TIM-verslaggever 6 februari 2019

Stadsprins Armand I ‘gief zich bloet in 11 vraoge’

Thuis in Maastricht ging dinsdagochtend op visite bij Ziene Hoege Hoeglöstegheid Armand I. In zien prinselik palies in de wijk Hazendans werd hij onderworpen aan elf vragen met het verzoek daar ‘sjerrep’  toch in ieder geval spontaan op te antwoorden. Gelijk zoals zijn enthousiaste entree afgelopen zondag kende de kersverse Stadsprins 2019 weinig schroom. Deze vragenronde is overigens de pilot van een wekelijks terugkerende rubriek. 

Wat is – naast uw eigen liefleed Ech Woer, Jeh Jao – voor u het meest aansprekende Vastelaovendsleedsje?

“Dat is zonder meer Carnaval in Mestreech (red: 1946). Wie anders dan Math Niël zet in dat liedjes in weinig woorden neer waar het allemaal om draait.  Carnaval in Mestreech maak plezeer en doeg d’n hertsje leve. Zèt d’n zörrege op zij en gaank oet mèt die daog. Later laat hij ons nog weten dat je dit ieder jaar moet beleven. Dat is gewoon zo. Zo heb ik dat thuis ook met paplepel ingegoten gekregen.”

  1. Hoe zou u de Mestreechter Geis willen omschrijven?

“Die valt eigenlijk niet te omschrijven. De Mestreechter Geis moet je vooral beleven. Daar hebben we met zijn allen afgelopen zondag maar weer eens een goed voorbeeld van gekregen. En ik had het geweldige niet te evenaren voorrecht om dat eerst onder het masker en daarna met heel veel emoties vanaf het podium te mogen meemaken. Onder het mombakkes zag ik door die kleine gaatjes de Mestreechter Geis beleefd worden door al dat volk van Mestreech. En zo duikt die spirit het hele jaar door op tal van locaties en gebeurtenissen op in de stad. En niet zelden gaat dan vooral plezeer en sjariteit hand in hand.”

  1. Gaat u ooit nog meemaken dat een van uw opvolgers een prinses is?

“Laat mij vooropstellen dat ik nooit gedacht had dat ik zelf ooit stadsprins zou worden. En zo jong (red: 36) zoals ik nu ben al zeker niet. Dus laat mij op die vraag antwoorden: Dat zou zoe mer kinne”.

  1. Met prins worden is een droom uitgekomen. Wat is een andere Mestreechter druim vaan uuch?

“Ik heb als lid van de carnavalsvriendengroep de Toreduifkes vaan Daalhof altijd stiekem gehoopt Vastelaovendsvierder vaan ‘t Jaor te worden. Dat zou ik een geweldige eer vinden en een absoluut hoogtepunt in mijn Mestreechter leeve vinde. Tja, en dan zit ik hier nu als stadsprins. Ik heb geen flauw idee of ik nu met mijn familie en vrienden toch nog kans maak op die geweldige titel.”

  1. Wat dacht u vlak voor ‘t benkelik momint, die laatste minuten zittend in dee zedeleer vlak voor het masker omhoog getrokken werd?

“Het was niet eens zozeer denken wat ik deed. En al zeker niet in woorden. Zoveel gebeurt met je. Dat is niet te bevatten. Wel weet ik dat ik probeerde de omgeving in mij op te nemen. Wist niet zeker of het door die kleine spleetjes kwam waar ik doorheen moest kijken. Ik zag in ieder geval een enorme mensenmassa. Was het nou echt zo druk vroeg ik me af. Ja, wist ik een paar minuten later zeker. Ik wist mij in ieder geval te focussen op ‘t momint. Je rikketik gaat als een gek op en neer. De adrenaline raast door je lijf. Echt iets denken? Ongetwijfeld. Maar denk niet dat ik het ooit nog te weten zal komen.”

  1. Wat is uw favoriete Mestreechter woord?

“Daar is geen enkele discussie over. Dat is sjevraoje! Natuurlijk kent onze taal veel mooie woorden. Maar dit woord is in alles Maastrichts en staat wat mij betreft ook heel dichtbij de zojuist gememoreerde Mestreechter Geis.” 

  1. Van wie hebt u die enorme klaor stum georve?

“Tja”, zegt Prins Armand gelijk hard lachend, “mijn openingswoorden kwamen nogal binnen bij het publiek.” (De prins doelt hierop zijn bulderende eerste antwoorden tijdens de proclamatie op de Markt). “Tijdens de prenatale fase (red: dat zijn de weken tussen het uitroepen op de Markt en de de avond dat hij het bezoek van het dreigestirn krijgt met de vraag om prins vaan Groet Mestreech te weure) leerde ik onder meer dat ik geen schroom moet tonen bij het afleggen van de eed. Dat lukte me, weet ik nu, vrij aardig. Maar mijn luide stem heb ik zowel van pap als van mam. Die wisten, de keren dat ik als gamin wel eens tot de orde moest worden geroepen, mij met heldere stem het een en ander duidelijk te maken.”

  1. Wie mag een echte Mestreechteneer genoemd worden?

Alsof de stadsprins deze vraag al twintig keer gerepeteerd heeft soms Armand I op:  “Als je niet NEIN zegt mer JAO JAO; als een Bourgondiër pur sang door het leven gaat; iedere dag gruuts op je stad bent en last but not least waar je ook bent een ambassadeur bent van Mestreech.” 

  1. Maastricht kent veel mooie en bekende plekken. Welke – iets minder bekende locatie – vindt u dat iedere bezoeker van de stad gezien moet hebben?

“Dat is toch echt bij avondlicht de passage Oeverwal, Cörversplein en Stenenwal. Daar is – zoals een liedje laat weten – ‘t sjoener daan es in Paries. De kinderköpkes en de oude lantaarnpalen geven een prachtige sfeer daar aan de oevers van de Maas en bij de Aw Brögk. En tegelijkertijd heb je een prachtige kijk op de skyline van Aajd Mestreech. Dat moet iedereen gezien hebben.”

  1. Waarom heet uw zoon Funs?

“Kim (de echtgenote van de stadsprins) en ik vonden gelijk dat ons kind een mooie naam uit de streek moest krijgen. Al die moderne namen, vernoemd naar bekende zangers of sporters, vonden we maar niks. Voor een jongen kwamen we al snel uit op Funs. Toeval of niet. Nog geen jaar na de geboorte van onze Funs werd in Venlo de eerste Wereld Funs Dag georganiseerd. En behalve onze zoon is deze naam voor eeuwig verbonden aan de stad door een van de grootste voorvechters van de Mestreechter cultuur Funs Olterdissen.”  

  1. Tot slot. Wat is uw favoriete Mestreechter ete?

Zoals bij sjevraoje kan ik het hier ook kort houden: friet met sajs en mayonaise. En dat geldt zeker voor de drei sjoenste daog vaan ‘t jaor.

 

Bij de foto’s ziet u ook een paar manchettenknopen met daarop de Mestreechter Stadsingel. Deze kreeg Ziene Hoege Hoeglöstegheid van het nieuwe Tempeleers ‘dreigestirn’ vlak voor zijn vertrek naar ’t benkelik momint cadeau. 

 



Lees ook