Van Maastricht naar Santiago: “Ik was volledig alleen”

op 16 mei 2018 door Jenneke van Genechten TIM-verslaggever

Stadsreporter Jenneke maakte speciaal voor Thuis in Maastricht een interviewserie over de Camino de Santiago de Compostela. Deze beroemdste pelgrimsroute van Europa leidt naar het uiterste noordwestelijke puntje van Spanje. Jaarlijks leggen honderdduizenden reizigers de route naar de stad Santiago de Compostela af voor vele redenen: uit spirituele overwegingen, vanwege het avontuur of gewoon als fysieke uitdaging. Onder deze doorstappers en doortrappers zijn ook verschillende Maastrichtenaren, die hun pelgrimstocht allemaal op hun eigen manier beleefden. Deze week deel 3: David Valenta.

De Caminowandeling van David Valenta (28) uit het Jekerkwartier begon met nieuwsgierigheid naar het onbekende, een nieuwe omgeving en een gelegenheid om zijn Spaans te verbeteren. “De wens om te wandelen had ik al lang, maar ik stelde hem steeds uit. Toen ik na mijn afstuderen eindelijk tijd had, was mijn laatste excuus: het wordt winter en het is te koud om over de Pyreneeën te lopen.” De perfecte gelegenheid deed zich toch voor, toen David een vriend in Zuid-Spanje bezocht. Hij besloot om een pelgrimsroute vanuit Andalusië te nemen en op 13 november 2017 vertrok hij onder de strakblauwe hemel van Sevilla naar Santiago. Omdat hij ertegen opzag om ineens klaar te zijn en zijn route als willekeurige toerist in Santiago te beëindigen, liep hij zelfs nog door naar Finisterre, het uiterst westelijke puntje van Spanje aan de Atlantische Oceaan.

Van Maastricht
Davids tocht begon al met een bijzonder gesprek met andere reizigers: “Toen ik net Sevilla uit was, kwam een gepensioneerd Nederlands echtpaar me tegemoet, dat een praatje met mij wilde maken naar aanleiding van de plaatsnaam Maastricht op mijn rugzak. Vier maanden eerder waren zij begonnen om vanuit Maastricht te lopen, en nu waren zij op hun eindpunt. Dat vond ik zo’n bijzonder toeval!”


Momenten van vriendelijkheid
De ontmoetingen tijdens zijn tocht bleven David nog het meest bij. “Stel je voor: je loopt alleen, in het laagseizoen, op een lange, rustige route door onbekend landschap met een taal die je nauwelijks begrijpt. Die situatie maakt alle interacties interessant; zowel met andere wandelaars als met de lokale bevolking. Het raakt me met hoeveel mensen ik een moment van vriendelijkheid deelde: andere pelgrims, gastheren of -vrouwen die mijn maaltijden bereidden, schaapherders die naar me zwaaiden, de eenzame boer die een praatje kwam maken, het aardige meisje uit Galicië met wie ik mijn Spaans oefende…”

Contact bij tegenslag
Het contact met anderen maakte zelfs tegenslagen tot iets positiefs. Toen David last kreeg van zijn voet, ontfermden twee vrolijke Italiaanse pelgrims zich over hem. “Ze mixten wat keukeningrediënten tot een pap, die ze op mijn voet smeerden. Geen idee of het hielp, maar het gevoel van verzorging deed me goed. Toen ik weer was hersteld, liep ik zelfs weer zo goed dat ik het gat tussen mij en de Italianen dichtte. Het moment waarop ik hen na een paar dagen weer zag, was hartverwarmend.”

500 kilometer zonder telefoon
Alsof wandelen naar het puntje van Spanje nog niet uitdagend genoeg is, geven sommige pelgrims zichzelf nog een extra opdracht, bijvoorbeeld wandelen op blote voeten, de hele tocht zwijgen of de afstand afleggen binnen een bepaalde tijd. Als extra uitdaging gebruikte David de laatste 500 kilometer zijn telefoon helemaal niet. “Ik had geen internet, geen muziek en geen contact met thuis. Ik was volledig alleen. Maar eenzaam? Nee, het was juist heerlijk om mijn eigen gang te gaan. Je wordt echt beperkt tot je basisbehoeften: eten vinden, een slaapplek regelen, een beetje interactie. Die simpliciteit geeft ontzettend veel voldoening.”