Stephan Van Appeven
TIM-verslaggever 9 september 2019

Provinciehuis komt met tentoonstelling over Joodse onderduikers

Komend weekend wordt er op diverse wijzen in de stad gevierd dat Maastricht en omstreken 75 jaar geleden bevrijd werd van de Tweede Wereldoorlog. Ook in het provinciehuis wordt stilgestaan bij dit moment. Hier wordt middels een tentoonstelling (vanaf 13 september te bezoeken) ingezoomd op tien mensen, die als Joods kind in Limburg ondergedoken hebben gezeten. Een expositie met bijzondere en zeker ook heftige verhalen.

Het was groot feest in september 1944, toen Maastricht en omstreken als eerste regio van het land werd verlost van de Tweede Wereldoorlog. Logisch, na jaren van bezetting keerde de vrijheid terug, wat toch voor iedereen een groter goed bleek dan dat men er voor de oorlog überhaupt bij stilstond. Maar ondanks de opluchting dat de vrede was wedergekeerd, betekende dit niet dat iedereen weer zomaar doorging met waar hij of zij voor de oorlog bij gebleven was. Bijvoorbeeld Joodse kinderen die al die tijd ondergedoken hebben gezeten; tien van hen die in Limburg de oorlog overleefden, worden geportretteerd in het provinciehuis, middels interviews, beeldende kunst en muziek. Het gaat om een reizende tentoonstelling van Jac Lemmens, die als finale nu het provinciehuis aandoet. Speciaal hiervoor werd de expositie aangevuld met nog enkele verhalen. Christianne Schreuder, tentoonstellingsmaker, nam deze taak samen met conservator Rob Kooiman op zich en vertelt over de Joodse mensen en hun ervaringen. “Velen van hen zijn tijdens de oorlog bij hun biologische ouders weggehaald. Zodra het op het ene onderduikadres vervolgens ook weer gevaarlijk werd, moesten ze weer naar het volgende. Op het moment van de bevrijding kwamen zij vrij, maar wat deze verlossing voor hen betekende, is voor iedereen verschillend. Sommigen voelden zich ontheemd, kenden hun biologische ouders niet meer of spraken inmiddels een andere taal. Die kinderen moesten weer aarden. Velen hadden niet meer de band met hun ouders die ze voorheen hadden. Met deze tentoonstelling willen we laten zien wat al die ervaringen tijdens de onderduik met deze Joodse mensen gedaan hebben ná de bevrijding.”

Heftige verhalen

Eén van de verhalen die in het provinciehuis wordt verteld is dat van Mattie Tugendhaft, die onderdeel was van een orthodox Joods gezin. Mattie’s vader vertelde hem op een gegeven moment dat hij moest onderduiken omdat hij Joods was en er ‘soldaten waren die hem wilden doodmaken’. Uiteindelijk is Mattie wel op zo’n vijf tot tien onderduikadressen geweest, om maar niet in handen te vallen van de nazi’s, die als doel hadden alle Joden uit te moorden. Wat echter op één van die plekken gebeurde, is traumatisch geweest. Mattie kwam terecht in De Weerd (in de buurt van Roermond) op een boerderij. Daar werd hij door de boer, buiten de wetenschap van diens vrouw om, regelmatig mishandeld. Hij werd opgehangen totdat hij blauw zag, hij werd half verdronken, aan een kalf dat voor het eerst de wei opging vastgebonden en een stuk van zijn oor werd afgesneden. Op een gegeven moment ontdekte de boerin dat deze praktijken plaatsvonden, waarna Mattie een tijdje later werd herplaatst. Op zijn nieuwe adres kende hij vervolgens een hele fijne tijd. Pas laat in zijn leven is Mattie echt last gaan hebben van alle nare gebeurtenissen. Toen hij als oudere man ooit terugkeerde op de boerderij in De Weerd kwam dit trauma pas bij hem boven. Hij realiseerde zich toen pas dat de angst die hij gedurende zijn leven bij zich droeg door deze ervaring is aangewakkerd. Dit verhaal en dat dus van negen andere Joodse mensen die als kind ondergedoken waren in Limburg, wordt verteld middels de expositie in het provinciehuis.

Joods slachtofferschap

Volgens Christianne Schreuder is het volledig terecht dat er middels de tentoonstelling aandacht is voor dit onderwerp. “Bij de bevrijding denkt men veelal aan een feestelijke aangelegenheid en vandaar dat er bij de herdenking van deze gebeurtenis feestelijk wordt stilgestaan. Het is goed om ook de andere kant te belichten, dus dat het niet voor iedereen meteen vrijheid en dus feest betekende, omdat ontheemde gevoelens en een identiteitscrisis bij Joodse onderduikkinderen vaak ook een rol speelden. Daarbij is er over het algemeen vooral aandacht voor het militaire verhaal: de bevrijdingssoldaten en de mensen uit het verzet, terwijl zij mijns inziens een ander slachtofferschap hebben dan de Joden. De Joden zijn vervolgd op basis van wie ze zijn, slachtoffers van de nazi-ideologie dus. Ze pasten niet in het toekomstbeeld dat zij hadden van hun Duitse culturele superioriteit. En de onderduikkinderen zijn net als de mensen die naar concentratie- en vernietigingskampen zijn gestuurd, slachtoffer hiervan geworden.” De expositie ’75 jaar later: herinneringen van Joodse onderduikkinderen in Limburg’ is dus vanaf vrijdag te bezoeken in het provinciehuis. Deze is gratis toegankelijk en bevindt zich in de ruimte rechts van de hal bij de hoofdingang.



Lees ook