Thuis kun je zijn wie je bent

Gurgen Safaryan

Over Limmel

Een thuis ver van huis

Samen met zijn vriend vluchtte hij zo’n 2,5 jaar geleden uit Armenië en stapte op een vliegtuig naar Nederland. En na wat omzwervingen in Nederland, kwam hij bij het asielzoekerscentrum (azc) in Limmel. Alsof hij een Harry-Potter-scène betrad, zo ervoer Gurgen Safaryan zijn eerste kennismaking met Maastricht. Een thuis betekent voor hem een plek waar je je veilig en beschermd voelt. En kunnen zijn wie je bent. Hier in Nederland kan hij dat.

Maar het meest bijzondere waren niet de lichtjes van Magisch Maastricht die hij zag toen de treindeuren in Maastricht openden: “Op straat, tegenover het station, liep een homokoppel met een kind. Zoiets had ik nog niet eerder gezien. Prachtig om te zien.”

The gay life

Gurgen is homo. Iets wat in zijn land niet geaccepteerd is en zelfs veroordeeld wordt. Armenië staat in de top 3 van de meest homo-onvriendelijke landen van Europa. Hier in Nederland, meer specifiek in Maastricht, kon hij eindelijk zijn wie hij was. “De eerste tijd waren we vooral bezig met de procedure en het papierwerk. Maar toen we 3 maanden geleden na heel wat omzwervingen in Nederland weer in Maastricht belandden, konden we eindelijk beginnen aan ons ‘gay life’. We hebben ons aangesloten bij de homogemeenschap. En als straks de beslissing valt dat we hier mogen blijven, trouwen mijn vriend en ik.”

Een goedkoop ticket

Toch was de ruimdenkendheid van Nederland niet de hoofdreden om naar hier te komen. Over zijn vluchtreden vertelt hij niet meer dan nodig is. Kort samengevat: Gurgen heeft geen warme gevoelens voor zijn geboorteland. Heimwee? “Nee. Ook niet naar familie en vrienden. Ik had er problemen. En een vliegticket naar Nederland was op dat moment het goedkoopst. Het enige waar ik nog wel eens aan terugdenk, is een smal straatje waar ik me wel eens terugtrok om dingen te overdenken.”

“Op straat, tegenover het station, liep een homokoppel met een kind. Zoiets had ik nog niet eerder gezien. Prachtig om te zien.”

Fotograaf: Pieter Nijsten

Hallo!

Gurgen voelt zich thuis in Maastricht, niet in het azc – ‘het is en blijft toch een oud gevangenisgebouw’, maar wel in de stad. “Iedereen zegt hallo tegen je. Bijvoorbeeld in de bus. Dat heb ik in Armenië nog nooit meegemaakt. Daar begroeten ze je alleen als je familie bent. En mensen geven je het gevoel dat je erbij hoort. Ongeacht je afkomst of je geaardheid. Je bent een mens.” In Limmel heeft hij weinig contact met mensen. “Maar ik begreep ook dat dit een industriegebied is. De mensen die hier wonen, werken overdag en komen pas ’s avonds weer thuis. En brengen dan tijd met hun gezin door. Dus er is ook weinig gelegenheid om mensen te ontmoeten. Plus als ik hier wegga, ga ik naar het centrum.” Over zijn favoriete plek in Maastricht hoeft hij niet lang na te denken: “Dat is de rivier, de Maas. Heerlijk om er te zitten en te kijken naar de lichtjes ’s avonds. Romantisch.”

Bang

Ondanks alle vriendelijkheid viel het hem op dat hij heel soms toch iets anders wordt benaderd dan de Maastrichtenaren zelf. “In een winkel werd ik laatst een keer anders behandeld dan andere klanten. Afstandelijker. Door mijn uiterlijk denken mensen al snel dat ik een Arabische achtergrond heb. Ze zijn bang. Ik begrijp het ergens ook wel. Er gebeuren slechte dingen in de wereld. Plus we zijn ook ‘vreemden’ en logisch dat je eerst de kat uit de boom moet kijken. Wie heb je in huis? Ik zou, denk ik, niet anders reageren.”

Rotterdam

Zijn toekomst in Nederland is nog onduidelijk. “We weten pas begin volgend jaar of we kunnen blijven of niet.” Dat zal de eerste tijd niet in Maastricht zijn. Want Gurgen en zijn vriend vertrekken binnen een maand naar het azc in Rotterdam. Gurgen staat op de wachtlijst voor een niertransplantatie. “En zolang er nog geen nier is, moet ik aan de dialyse. Ik ben patiënt in Rotterdam en mijn dossier kon niet worden overgedragen. Daarom moeten we terug.”

Een thuis

Gurgen en zijn vriend gaan in Rotterdam ook terug de schoolbanken in. In eerste instantie om Nederlands te leren. En daarna verder. In welke richting, dat weet Gurgen zelf nog niet. “In Armenië zat ik in het laatste jaar van de apothekersopleiding aan de universiteit. Die opleiding heb ik helaas niet kunnen afmaken. Nu is het aan mij om te kiezen of ik in die medische richting verder wil, als anesthesist. Of dat ik juist iets heel anders wil doen: hotelmanagement. Maar daar heb ik nog even bedenktijd voor. Ja, dat is ook wel iets wat ik geleerd heb hier: wachten. Geduld hebben. Maar dat heb ik meer dan graag over voor een thuis hier in Nederland.”

meer over Limmel