Stephan Van Appeven
TIM-verslaggever 27 november 2018

Peter Alblas wil relatie mens en natuur verbeteren

Zijn enthousiasme is aanstekelijk: Peter Alblas, die bij CNME werkt aan de speerpunten educatie en stadsecologie, houdt onvoorwaardelijk van natuur en mens. Het centrum voor natuur- en milieueducatie is voor hem een vehicle om deze passie over te brengen op zijn soortgenoten en de stadsnatuur in Maastricht een beetje mooier te maken.

Noem een onderwerp op het gebied van natuur en je kunt Peter Alblas bellen voor een deskundige mening. Je moet daarbij wel op de koop toe nemen dat zijn antwoord lichtelijk filosofisch oogt en uitgebreid zal zijn. De 55-jarige heeft er geen moeite mee zijn theorieën over en liefde voor zijn passie tentoon te spreiden. Menig schoolklas denkt even niet aan de moderne materiele zaken die het leven verrijken, maar luistert geboeid wanneer Peter uitlegt over een natuurverschijnsel. “Helaas wordt dit werk steeds makkelijker. Mensen ervaren steeds minder. Ik moet kinderen vertellen over hoe aardappels groeien. Dat deed vroeger iedereen toch met zijn opa? Tegenwoordig komen aardappels bij mensen standaard uit een zak en dan mis je dus een hoop informatie. Aan kinderen mijn enthousiasme overbrengen is niet lastig. Liefde hiervoor begint uit ervaring en komt niet uit een boekje.”

Ontstaan van passie

Peter werd geboren in Zwijndrecht, waar ook zijn natuurlijke passie ontstond. En die begon als klein kind bij verwondering, over waarom zijn moeder stukken van planten afsneed en ze vervolgens in de zon liet drogen om het ‘wondje’ te laten genezen. Later vertaalde die interesse zich in andere activiteiten, zoals het redden van planten, die door verhuizende mensen werden weggesmeten. Na vele omzwervingen door het land lokte de liefde hem uiteindelijk naar het zuiden. “Iedereen komt hier toch naar toe voor de Limburgse meisjes?”, grapt Alblas. Hij trouwde een Simpelveldse en woont met haar, nu beide zoons het huis uit zijn, alleen in De Heeg. Sinds 1996 werkt hij voor het CNME, het centrum voor natuur- en milieu-educatie (CNME), met een kantoor boven de Brandweerkantine in de Capucijnenstraat, waar hij dus bijvoorbeeld geregeld met schoolklassen de natuur intrekt en hen op een praktische manier wat probeert bij te brengen over het groen. “Ik heb mijn oren en ogen altijd open in de stad. Waar er wordt gegraven en gebouwd sta ik met mijn neus vooraan. Ik probeer dan contact op te nemen met de projectontwikkelaar. Is er iets uit te slepen voor de stadsnatuur? Alles vanuit de gedachte een betere relatie tussen mens en natuur te creëren in Maastricht.”

Klimaatveranderingen

Een extreem droge en hete zomer en wellicht een enorm koude aanstaande winter: de gevolgen van de klimaatveranderingen lijken vooral dit jaar erg zichtbaar. Uiteraard ook een onderwerp waar Peter mee bezig is. “De tomaten groeiden niet meer, bruggen moesten gekoeld worden, anders kwamen ze niet meer omhoog; we kunnen wel doen alsof er niets aan de hand is, maar realiteit is dat één en ander een stuk sneller gaat dan we dachten. En daar zijn we als maatschappij niet aan gewend.” Peter zegt de oplossing voor de problematiek niet zo snel te weten, maar is er in zijn gedrag wel bewust mee bezig. “Ik eet weinig vlees en veel biologischer dan vroeger. Daarnaast vlieg ik niet. Ik durf het wel, maar gewoon uit milieutechnisch principe. Sommigen roepen dan dat ik een beperkte blik op de wereld krijg. Maar er zijn ook andere manieren om iets over de wereld te weten te komen. Een collega van me gaat naar Ethiopië en maakt daar bijvoorbeeld foto’s van de landbouw voor me. Zo kan het ook. Verre landen bezoeken doe ik wel in een volgend leven weer.”

Slimme planten

Hobbymatig teelt Peter ook het één en ander. In het Jekerdal huurt hij een tuintje waar hij bezig is met knoflook, aardappels en fruit. Aan sla begint hij bewust niet, want die wordt na twee dagen droogte te bitter. “Dat doet die krop sla niet om mij te pesten. Dieren krijgen bij droogte zin in verse blaadjes, waarop die sla besluit maar bitter te worden. Zo lusten ze mij niet, denkt ie dan.” Het zijn verklaringen waarvan vele leken nog wel eens versteld staan als Peter ze vertelt. “Planten verdedigen en communiceren. Als er bijvoorbeeld speeksel van een rups op een blad terechtkomt, maakt die bewuste plant stoffen aan die in de lucht opgepikt worden door sluipwespen. Die haasten zich vervolgens naar die plant en steken de rups. Ze roepen als het ware om hulp en krijgen die ook.” Als Peter gevraagd wordt naar de nabije toekomstplannen, roept hij meteen zich sterk te willen maken voor de slangenkruidbij. Deze bij is zo goed als alleen gespot in Maastricht en leeft op slangenkruid, zolang dat maar genoeg te vinden is in onze stad. Peter wil zich daarvoor gaan inzetten. En hij kijkt nu alweer uit naar een jaarlijks terugkerend natuurfenomeen, wat meteen ook tekent dat hij met iets simpels ook al tevreden is. “Wat mij echt blij maakt? Als ik de eerste zwaluwen in het voorjaar zie. Ik besta dan uit 80 kilo kippenvel kan ik je vertellen.”



Lees ook