Maastricht zoemt of is ’t ongesieferte?!

op 18 mei 2018 door Jos Houben Buurtreporter

Tikkend dit stukje in de tuin, onder afdakje kijkend naar de tuin, een Abdij biertje uit Gulpen drinkend in een glas, waar een minuscuul klein beestje in is verzopen, ontspannend, in gedachten, en die vreet worden verstoord door een kreet van mijn vriendin. ‘Hey, diech meuge!’, hoor ik (zo spreken wij elkaar aan). ‘Kom hier en maakt dood!’ (zij is van vm. Oost –Duitse afkomst). Binnen zit blijkbaar weer een mot, vlinder, strontvlieg, wesp, bij, mier, zilvervisje of een ander ondefinieerbaar beestje. Ik kan weer opdraven als een ‘sluipmoordenaar’. Weiger ik, dan heb ik kans dat zij dit zelf doet met alle mogelijke voorwerpen welke in handbereik liggen en ik weer daarna de vlek van het bloed kan opruimen en weer kan witten! Ik maak iets dood. Terug op m’n bankie kijk ik de tuin in en lees mijn krant. Inderdaad, het is waar, dit jaar weinig mussen en merels. Wat is er toch loos met het klimaat? Maar neen, er is een virus en bestrijdingsmiddelen, de uitbreidingen van bedrijven/woningen, wegen, industrieën maken de habitat (wat een woord!), die er altijd voor deze dieren is geweest, onmogelijk.

Ik lees verder: ‘Er zijn minder insecten.’ Ja, maar, ben ik daar verantwoordelijk voor? En wat boeit ‘t? Zie mijn tuin: mieren transporteren zoveel grond/zand, daar is de bouw van de A2-tunnel niets bij. Steeds weer die cobblestones herleggen. Lieveheersbeestjes maak ik niet kapot; volgens de volkswijsheid zou het dan gaan regenen. Ik zie wormen, rare mieren, zwarte beestjes, kevers, groene springkhanen, akelige kruipbeesten, spinnen… Vroeger spoot ik die kapot. ‘Rotbieste, ongesieferte! Ik mag toch genieten van mijn eigen tuin!’ De krant zegt: ‘We hebben straks geen eten meer door het uitsterven van insecten’. De Kaaistoep, nachtvlinders, loopkevers en de neuroptera komt nauwelijks nog voor. Moet ik daarvan wakker liggen?! Kamervragen komen er nu. En eigenlijk heeft men gelijk, iedereen wilt van die ‘rotbieste’ af, mooie tuin, niet ‘gehinderd’ worden; maar ze zijn nuttig, neen, noodzakelijk voor ons leven! Zonder insecten geen bloemen en planten, en zonder bloemen en planten, geen eten! Insecten zijn nodig voor de bestuiving en wij killen ze. Laten we deze insecten behouden voor ons leven en welzijn én voor de toekomst van onze kinderen. ‘Elk nadeel, heb’ ze voordeel’, zei een bekend iemand. Inderdaad, straks zijn deze insecten alleen in het Natuur Historisch Museum Maastricht te bekijken met een speld door hun lijf.

Mijn felle tuinverlichting heb ik al vervangen door warm ledlicht. ’s Avonds bij het sluiten van het nachthok, kijk ik goed uit de nachtinsecten niet te storen. Heb zelfs een bloemenmix gekocht als ontmoetingsplaats voor insecten en bijen. Dit ondersteunt de actie voor het behoud van de bij. Verduurzaming van groente en fruit door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen. En ik heb enkele insectenhotels opgehangen die momenteel gretig worden bewoond door legale en illegale bewoners. Dit alles kost me bloed, zweet en tranen, maar zorgt voor lekker eten. Derhalve heb ik in Wyck bij een zaak een lekker insectenboordje gehaald en gegeten. Ze zijn dood, dat wel, maar wel lekker…

Foto’s: Wikipedia