Julius Caesar haatte het Jekerdal

op 14 juli 2018 door Hans Moleman TIM-verslaggever

Een ‘verraderlijk dal’, dat was het Jekerdal voor Julius Caesar. Hier leed hij, in het jaar 54 voor Christus, een van zijn grootste militaire nederlagen. Want op de grens van Maastricht met Belgie werd ruim tweeduizend jaar geleden het Veertiende Legioen van de Romeinse veldheer vanuit een hinderlaag in de pan gehakt -althans, zo kan het gegaan zijn volgens de vindingrijke archeoloog Tom Buijtendorp in zijn deze zomer verschenen boek Caesar in de Lage Landen.

Je kunt het je bijna niet voorstellen, wanneer je op een warme zomerdag door het lieflijke dal fietst. Werden hier, tussen de Apostelhoeve en Sint Pieter, op een herfstige dag 2072 jaar geleden werkelijk duizenden Romeinse legionairs in de maling genomen door de troepen van Ambiorix?

Caestert

Volgens Buijtendorp is het aannemelijk, al zijn er nog weinig harde vondsten in de bodem aangetroffen die zijn stelling schragen. Er was een Romeins winterkamp op de hoogte boven de Maas bij Kanne waar nu nog de restanten van kasteelhoeve Caestert liggen -zoveel staat vast. Die naam is niet toevallig een afgeleide van het Romeinse woord Castra, dat legerplaats betekent.

Er zijn ook de dagboeken van Caesar zelf.  ‘Het grootste deel van het leger was al in de lange vallei afgedaald toen de Eburonen plotseling van weerskanten tevoorschijn kwamen’, zo haalt Buijtendorp deze aan. Een bloedbad was het gevolg, een van de pijnlijkste in de Romeinse militaire geschiedenis -ook dat staat vast.

Maar was het in het Jekerdal of toch elders in de huidige EU-regio, verderop richting Tongeren bijvoorbeeld?

De archeoloog Buijtendorp kiest na tien jaar onderzoek, na het letterlijk nalopen van de diverse regionale vallei-opties, voor de Maastrichtse variant.

Buijtendorp is daarmee een maximalist, schrijft historicus Jona Lendering, die het voorwoord van Caesar in de Lage Landen verzorgde, in een afgewogen bespiegeling op zijn weblog Mainzer Beobachter. Een maximalist die ‘muziek’ maakt door te kiezen voor het Jekerdal als locatie voor de historische nederlaag van Caesar.

Lendering: ‘Wie meer wil weten over het verre verleden, beschikt grosso modo over twee soorten informatie: enerzijds geschreven bronnen, zoals Caesars Gallische Oorlog, en anderzijds archeologische vondsten, zoals de belegeringswallen die zijn opgegraven rond Alesia. Wie de nadruk legt op één van deze categorieën bewijsmateriaal, is als een pianist die vooral witte of vooral zwarte toetsen bespeelt.

‘Door teksten en vondsten te combineren, doe je echter de boeiendste ontdekkingen. Dan ontstaat muziek. Terwijl je bijvoorbeeld aan de hand van vondsten kunt vaststellen dat rond het midden van de eerste eeuw v.Chr. de gouden munten uit noordelijk Gallië verdwijnen, suggereren teksten dat dit het moment was waarop Caesars legers het gebied aan het plunderen waren.

Puzzel

‘Helaas zijn veel materiële resten verloren gegaan, terwijl de geschreven bronnen nooit álles hebben gedocumenteerd. Middeleeuwse kopiisten hebben bovendien niet alles overgeschreven. Om het nog ingewikkelder te maken spreken vondsten en teksten nooit voor zichzelf: ze moeten worden geïnterpreteerd. Omdat beide soorten bewijsmateriaal dus én onvolledig én ambigu zijn, is het begrijpelijk dat ze vaak lijken op stukjes van verschillende puzzel.’

De waarheid ligt ergens in het midden, taxeert Lendering:

‘Tussen de maximalistische goedgelovigheid en de minimalistische eis van honderd procent zekerheid. Het vinden van die tussenweg vormt de feitelijke intellectuele uitdaging. Dit is het gebied van de reconstructietheorie, van de statistiek en van de wetenschapsleer. Hier brengen we de wetenschap verder.

‘Had Caesar gelijk toen hij beweerde dat hij het noorden van Gallië had onderworpen? Terecht neemt Tom Buijtendorp als uitgangspunt de stelling van de Vlaamse archeoloog Hugo Thoen dat het maar de vraag was of Caesar er überhaupt ooit is geweest. Thoen had bij Maldegem een klein militair kamp opgegraven en geconstateerd dat een archeoloog zulke forten vrij eenvoudig kon vinden.

‘Waarom waren Caesars winterkampen, die vele malen groter waren, dan nooit gevonden, hoewel er al sinds de negentiende eeuw naar wordt gezocht, hoewel België een dichtbevolkt land is en hoewel er veel onderzoek is gedaan? U herkent de minimalist.

‘Dat was 2006. Sindsdien zijn er diverse ontdekkingen gedaan, zoals de militaire voorwerpen rond Thuin, het Romeinse kamp bij Hermeskeil en de menselijke resten bij Kessel. In het Overrijnse zijn twee Romeinse forten gevonden en in Engeland is een Romeinse landingsplaats geïdentificeerd. Weliswaar is nog nergens een inscriptie gevonden die duidt op de aanwezigheid van Caesars legioenen, bijvoorbeeld een slingersteen met een nummer, maar we beginnen nu de gegevens te krijgen om de discussie tussen maximalisme en minimalisme te gaan voeren.

Badwater

‘Buijtendorp presenteert in Caesar in de Lage Landen zijn maximalistische visie. Caesars verslag is de leidraad. Een minimalist zal tegenwerpen dat nogal wat puzzelstukjes ontbreken. Dat is echter in elke oudheidkundige situatie het geval, dus deze tegenwerping is in feite een soort nucleaire optie: je zegt immers dat oudheidkunde überhaupt onmogelijk is. Dat is een verdedigbaar standpunt, maar je spoelt zo het kind met het badwater weg.

‘Een maximalist kan de minimalist antwoorden dat Buijtendorps verhaal in elk geval consistent is. Dat zegt evenmin veel. Met te weinig informatie is er immers altijd wel een consistent verhaal te vertellen en los daarvan: oudheidkundigen zijn inventief bij het bedenken van verklaringen voor het ontbreken van bewijsmateriaal dat ze hadden verwacht, bij het wegredeneren van ongemakkelijke gegevens en bij het presenteren van evidente weerleggingen als de onverwachte bevestigingen van wat ze altijd al hadden vermoed. Zoveel creativiteit, het verdiende een betere toepassing. Bijvoorbeeld bij het zoeken naar manieren om het dilemma van maximalisme/minimalisme te overwinnen.’

Onenigheden als deze zorgen voor een gezonde spanning binnen een vakgebied, betoogt Lendering.

‘De archeologische vondsten uit het afgelopen decennium bieden nu echter een handvat om de discussie over maximalisme en minimalisme te hernemen. Eindelijk hebben we de data. In die zin staat Caesar in de Lage Landen, dat op het eerste gezicht een afronding lijkt van tien jaar onderzoek, ook aan het begin van een nieuwe fase, waarin we een nieuwe poging kunnen doen de wetenschap op een hoger intellectueel plan te krijgen. Zo mogen we hopen op beter begrip van die vreemde, mooie, wrede, bijzondere en ontroerende oude wereld.’

Slingersteen

Dus, mocht een argeloze wandelaar in het huidige Jekerdal bij groot toeval nog een oude Romeinse slingersteen aantreffen: de maximalist in archeoloog Buijtendorp zal er blij mee zijn.

Zonder dergelijk hard bewijs resteert in ieder geval een fascinerende luchtspiegeling: duizenden legionairs die in rotten van acht door het dal van de Jeker optrekken, daar waar nu de Cannerweg loopt, gadegeslagen door een bezorgde veldheer. Ave Caesar!