Je voelt je thuis bij Farèn

op 14 juni 2018 door Karin Somers TIM-verslaggever

Op haar menukaart staan soepen, sappen en salades. Maar ook chutneys en gefermenteerde groente. De geur van limoen, saffraan en komijn komen je tegenmoet als je bij Farèn Sallak naar binnengaat. “Voor mij is een goed leven: gezond eten, voldoende bewegen én mensen ontmoeten.” Over een ontmoeting met een bijzondere vrouw.   

Misschien ken je haar nog van haar restaurant Soep Sap Salade in Wyck. “Dat werd al snel te klein en toen ben ik verhuisd naar de Frankenstraat. Ik ben zo blij met deze plek. Kijk nou, je hebt prachtig uitzicht op de Groene Loper”, lacht Farèn. Met haar Perzische gerechten verovert ze de harten van haar gasten. “Ik werk met eerlijke en verse producten, zonder toevoegingen.” Koken leerde ze als klein meisje van haar oma. “Mijn moeder wilde dat ik ging studeren en stuurde me de keuken uit. Maar mijn oma leerde me de fijne kneepjes van Iraanse keuken. Die maak ik nu, met een beetje invloed van mezelf.” Haar nieuwe restaurant heet dan ook volledig terecht: Farèn.

Verwennen

Een van de belangrijkste ingrediënten is toch wel de hartelijkheid van Farèn zelf. “Ontmoetingen, leuke gesprekjes met mensen, dat vind ik het leukst. Er kwam laatst een dame die voor haar gevoel wel heel ver had moeten reizen om hier te komen. Ze klaagde steen en been, maar ik heb haar welkom geheten. Door oprechte aandacht en haar te verwennen met lekker eten en drinken, ging ze weg als een tevreden mens. Ze zou snel terugkomen, samen met haar man. Ik was als een kind zo blij!” lacht Farèn. “Zo zie je dat iedereen zijn eigen taal heeft. Laatst kwam een stoere jongeman op het terras zitten. Hij was erg sceptisch, maar na het eten van een salade, ontdooide hij en was hij enthousiast. Dan denk ik: yes, dit wil ik!”

Lichaam en geest

Farèn woont nu drie jaar in Maastricht. Twintig jaar geleden kwam ze vanuit Iran naar Nederland. “Toen ik vertrok en boven Teheran vloog, was ik erg verdrietig. Wat was ik dol op dat land. De eerste paar jaar was ik lijflijk wel hier, maar mijn geest en emoties waren nog daar.” Toen nam ze een besluit: ze wilde zich goed voelen in Nederland. Dus bezocht ze Nederlandse steden, musea, films. Ze las De Avondenvan Gerard Reve en wilde weten hoe Nederlanders met elkaar omgingen. Door haar nieuwsgierigheid vond ze een nieuw thuisgevoel: “Ik ben in de afgelopen jaren wel eens teruggegaan naar Iran. Teheran is inmiddels als mijn vakantiehuis. Als ik nu terugvlieg en vanuit de lucht Nederland zie liggen, dan denk ik: ja, dit is mijn thuis.” Voor Farèn is thuis een plek waar je tot rust komt en je geborgen voelt. “Ik hoop dat mensen die naar mijn restaurant komen dat ook zo voelen.”