Hans Moleman
TIM-verslaggever 12 oktober 2019

Hoe het Frans uit Maastricht vertrok

Maastricht heeft wel de naam de meest ‘Franse’ stad van Nederland te zijn. Dat valt goed te verklaren uit het verleden met Napoleon. Maar na het vertrek van diens garnizoen greep de Maastrichtse elite minder en minder naar de Franse taal.

 

Was Maastricht in de negentiende eeuw een ‘burcht van verfransing’, zoals wel is beweerd? Werden brieven, invitaties, berichten van geboorte, huwelijk of sterfgeval en dergelijke vooral in het Frans opgesteld in de meest zuidelijke stad van het Koninkrijk der Nederlanden?

Maasgouw

Die vraag staat centraal in onderzoek van Raoul Wijnands, die docent Nederlands was aan het talencentrum van de Universiteit Maastricht. Neerlandicus Wijnands schreef er een doctoraalstudie over die hij in oktober, de Maand van de Geschiedenis, mooi samenvat in het najaarsnummer van De Maasgouw, het blad van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (LGOG).

Maastricht was twintig jaar, van 1794 tot 1814, stevig in Franse handen. In november 1794, na een beleg van twee maanden, veroverde het Franse leger de stad.

Basse Meuse

Maastricht werd ingelijfd bij La Republique Francaise:  een Franse stad, bevolkt door nominaal Franse staatsburgers. Ze werd meteen de hoofdstad van het departement Basse Meuse (Nedermaas), dat ongeveer het huidige Belgisch en Nederlands Limburg omvatte.

In de zomer van 1803 bezocht Napoleon samen met zijn vrouw Maastricht. Hij bekeek de vestingwerken en de grotten, en in 1811 inspecteerde hij samen met zijn generaals opnieuw de vesting Maastricht.

Belastingdruk

Het Franse bewind werd minder geliefd, door drukkende belastingen en een toenemend aantal jonge mannen dat mee moest vechten in Franse oorlogen. Begin mei 1814 trok het Franse garnizoen weg uit Maastricht, nadat Napoleon door zware nederlagen gedwongen was afstand te doen van de troon in Parijs.

Op 1 augustus 1814 werd Maastricht hoofdstad van de nieuwe provincie Limburg in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Maar daarmee waren de woelingen nog lang niet voorbij. De Belgische opstand van 1830 leidde ertoe dat de stad jarenlang een eiland was in een voor de rest Belgisch Limburg. Menige vooraanstaande Maastrichtenaar sympathiseerde met de Belgische revolutionairen.

Dibbets

‘Ze behoorden tot dezelfde Franstalige katholieke aristocratie die het in het Brabant en Vlaanderen voor het zeggen had. Afgezien van het garnizoen hadden ze weinig of geen affiniteit met het protestantse Noord-Nederland’, zoals historicus Geert Mak in 2006 memoreerde in zijn rede bij de onthulling van de plaquette voor luitenant-generaal Bernhard Dibbets, de Hollandse garnizoenscommandant die de stad uit Belgische handen hield.

Elite

Het taalonderzoek van Wijnands richtte zich op 121 brieven die tussen 1815 en 1900 werden geschreven door Maastrichtse burgers. Het Frans was in de tijd dat Napoleon de specter zwaaide de taal van de bestuurlijke en economische elite -en dat werkte nog decennia door, zo leert het onderzoek.

Van de particuliere brieven tussen 1815 en 1900 is nog 44 procent in het Frans geschreven. Maar het Nederlands wint met de jaren duidelijk terrein. Het percentage Nederlandstalige brieven verdubbelt bijna: het groeit van 39 in de periode 1814-1874 tot 75 stuks in het laatste kwart van de eeuw.

Regout

‘Voor die achteruitgang van het Frans vond ik in de brieven ook nog wat losse aanwijzingen’, meldt de Maastrichtse historicus in de Maasgouw. Een daarvan komt van Edmond Regout, de avontuurlijke telg uit de aardwerkdynastie van Petrus Regout.

Hij maakt eind 19e eeuw een wereldreis en stuurt regelmatig brieven naar zijn familie. Wijnands: ‘Richt hij zich tot zijn ouders, dan kiest hij voor het Frans. Maar schrijft hij aan zijn broers, dan wisselt hij regelmatig tussen het Frans en het Nederlands. Dat zou erop kunnen wijzen dat hij en zijn broers het Frans minder goed beheersten of er minder aan gehecht waren dan hun ouders’.

Ons Zuiden

Dat het Frans in Maastricht definitief op z’n retour was, blijkt ook uit het lot van Le Courrier de la Meuse, de Franstalige krant van de stad. In 1892 sluit deze uitgave de boeken, na ruim veertig jaar Franstalige nieuwgaring in Maastricht et alentours. De opvolger? Een Nederlandstalige gazet met de titel Ons Zuiden, een van de voorlopers van de huidige provinciale krant De Limburger –die overigens al weer enkele jaren in Belgische handen is.


Wie de Maastrichtse Dibbetsrede van Mak nog eens wil lezen:

http://www.geertmak.nl/nl/nederland/essays-en-lezingen/137/van-boeman-naar-plaquette-of-het-geluk-van-een-nederlands-maastricht.html

 

 

 

 



Lees ook