Karin Somers
TIM-verslaggever 11 mei 2020

Het Werkhuis gaat digitaal ‘gewoon’ door

Esther Janssen en Jens Hardy zitten voor het Werkhuis in Wittevrouwenveld, lekker in de zon. Binnen is het rustig. Geen geluid meer van de naaimachine, geen geur van klei, nergens geroezemoes van werkkrachten. Alleen de tuinman komt een keer in de week het groen buiten onderhouden. Het Werkhuis is digitaal gegaan. Zo ook dit interview met de twee coördinatoren.

Vloek en verademing
“In het begin vond ik die rust door de coronamaatregelen wel een verademing”, zegt Esther. “Het is hier doorgaans zo hectisch, we staan vaak in de ‘alertheidsstand’. Het is zinvol werk, maar dat kan vermoeiend zijn.” Door de opgelegde rem komt er rust en tijd voor andere zaken. Jens: “Ik kan nu ineens een hele avond naar de lucht kijken. Wanneer heb je nou tijd om naar de maan te turen? Dat sla je normaal over. In het begin vond ik het wel een vloek. We wonen allebei in België en moeten geregeld voor het werk de grens over. Daar ontstaan nog weleens wat irritaties.”

Offline en online
Toen het Werkhuis op 16 maart zijn deuren moest sluiten, gingen Esther en Jens meteen op zoek naar een digitale manier om toch door te gaan. Na wat navragen bleek het programma Slack het beste voor de verschillende creatieve projecten waar iedereen aan werkt. “Gecombineerd met beeldbellen via Zoom was dat de meest gebruiksvriendelijke werkwijze”, legt Esther uit. Maar niet iedereen kan meteen overweg met al die digitale middelen. “Klopt, dan leggen we het stapsgewijs uit en er zijn een paar jonge ICT-vrijwilligers die helpen.” Niet alles gebeurt natuurlijk online. “Veel van de mensen van de keramiekgroep zitten thuis te kleien” zegt Jens. “Docente Margo komt binnenkort naar het Werkhuis, zodat de cursisten allemaal om de beurt hun werk kunnen brengen om te laten bakken.”

Weerstand en weerbaar
“Ik vind het fijn om te zien dat de verbinding die we onderling hier hebben ook nu standhoudt”, stelt Esther. Hoe komt dat? “Zowel het Werkhuis als de mensen die hier komen zijn gewend om met weerstand om te gaan”, antwoordt Jens. “Als Werkhuis doordat we anders werken dan de meeste reguliere organisaties. Wij hebben hier geen intake, houden geen dossiers bij van mensen. Dan krijg je toch reacties en vragen. De werkkrachten doordat ze vaak veel meegemaakt hebben in het leven. Ze zijn gewend alleen te zijn, stonden al een beetje buiten de maatschappij. Ze kennen de stroefheid van het bestaan. Kortom: we weten allemaal hoe het is om tegen de wind in te gaan en een vlieger op te laten. Dat heeft ons weerbaar gemaakt, terwijl de maatschappij ons wellicht ziet als kwetsbaar. Dat zorgt onderling voor verbinding.” Tijdens de belrondjes die de twee geregeld houden, valt nog iets op: “Ze weten dat Esther en ik mensenmensen zijn. We missen het contact. Daar leef ik van op, dat is de essentie van mijn werk. Dus we krijgen nu regelmatig de vraag terug: ‘maar hoe is het nou met jullie?’. Dat doet goed.”

Dichtbij en op afstand
Ondertussen broeden Esther en Jens op nieuwe ideetjes. Esther: “We willen kijken of we bijvoorbeeld allemaal los van elkaar samen aan een creatieve boodschap kunnen werken.” Door de anderhalvemetersamenleving die eraan komt, wordt eveneens nagedacht over de ruimte. “Op het plein voor het Werkhuis kunnen we openluchtwerkplaatsen creëren”, vertelt Jens. “We kunnen zelf tenten maken. Daar kunnen we dan op gepaste afstand met een maximaal aantal mensen toch werken.” Voorlopig is het alleen de tuinman die wekelijks op het plein aan de slag is. “Hij woont in de buurt en houdt de tuin gelukkig bij, anders zou het hier helemaal overwoekeren”, lacht Esther. “Zijn kinderen zijn nu thuis. Dus dan is het wel lekker als je af en toe eventjes alleen kunt zijn. Hij voelt zich dan als het enige jongetje op de speelplaats.”

 

Dit artikel is geschreven in opdracht van Projectbureau A2 Maastricht.



Lees ook