Laurens Bouvrie
TIM-verslaggever 16 februari 2020

Elf vragen aan stadsprins Luc II; elf meer dan openhartige antwoorden

Nog een week en Prins Luc II gaat het ‘volk vaan Mestreech’ voor in ‘ ’t sjoenste fies vaan al’. Gaat de nazaat van ‘Snie-prins’ Math I (van Lijf) de annalen van de ‘Mestreechter Vastelaovend’ in als ‘Störm-prins’? Na Ciara en in dit weekend Dennis lijkt het er vooralsnog op dat hij vooral te maken krijgt met –  tenminste op zondag 23 februari – met de ‘Boonte Störm. Thuis in Maastricht stadsreporter ging op bezoek bij de ‘Hoege Hoeglöstigheid’ en stelde hem in het Prinselik Palies aan de Meerssenerweg elf vragen.

Wat is – naast uw eigen Iech bin Verleef op Mestreech – voor u het meest tot de verbeelding sprekende Vastelaovendsleedsje?

“Pffffff dat is gelijk een vraag waar eigenlijk niet één antwoord op te geven is. Dat zien ‘rs nog al get. Maar ik kies voor ‘Karnaval in Mestreech’ (red: Math Niël 1946). In dat liedje – na al die zware jaren van de Tweede Wereldoorlog – komt in het refrein alles naar voren wat ook in 2020 nog steeds het belangrijkste is.  ‘Maak plezeer en doeg d’n hertsje leve, Zèt d’n zörreg opzijj en gaank oet mèt die daog’  behoeft toch verder geen enkele uitleg.  En dat geldt net zo voor: ‘Of ste aajd of jónk bis, zing mer allemaol.  Hup Marjenneke, Pup Marjenneke leve de Karnaval !'”

  1. Hoe zou u de Mestreechter Geis willen omschrijven?

“Misschien iets te kort door de bocht om te zeggen dat dit gelijk het Tempeleers-motto ‘sjariteit en plezeer’ is. Het is vooral ook het ongrijpbare gevoel dat je hebt als inwoner van onze stad. En dan benadruk ik graag dat dit niet alleen maar bestaat uit chauvinisme. Het is een mooie vorm van ‘gruuts zien’ op deze prachtige plek op de wereld en tegelijkertijd beseffen dat alles in het leven betrekkelijk is.”

  1. Gaat u ooit nog meemaken dat een van uw opvolgers een prinses wordt of anderzijds een prins die afwijkt van het ‘traditionele’. 

(red: Volmondig en zonder aarzeling): “Jao! Mijn prinses (red: Jolien) is daar nog meer van overtuigd. Zij zei na die hectische dag met als apotheose ‘ ’t Benkelik Moment’ op de Markt dat onze dochter wel eens de eerste Prinses vaan Groet Mestreech kan worden. Tot die conclusie kwam zij toen ze zag hoe Doris (red. anderhalf jaar oud) glunderend en met heel veel plezier samen met ons op de bühne vertoefde en meeging in al dat plezier van ons en de duizenden mensen die naar de Markt waren gekomen.”

  1. Met prins worden is een droom uitgekomen. Wat is een andere Mestreechter druim vaan uuch?

Het prins worden heb ik niet eens durven dromen. En dat geldt eigenlijk ook voor het aanstaande huwelijk met Jorien (red: juni ). Heel lang heb ik gedacht nooit de vrouw van mijn leven tegen te komen. Dat dit toch gebeurde en de onbeschrijfelijke warme gevoelens die onze relatie bij mij oproepen koester ik met hart en ziel. En als ik onze wederzijdse liefde en onze Doris al als werkelijkheid zie, is de droom die straks mag gaan uitkomen het bezegelen in het prachtige stadhuis van Maastricht en daarna een feest op een van de mooiste locaties, Casino Slavante.”

  1. Wat dacht u vlak voor ‘t benkelik momint, die laatste minuten zittend in dee zedeleer vlak voor het mombakkes omhoog getrokken werd?

“Dat weet ik nog heel erg goed. Ik was enorm onder de indruk van het aantal mensen. Je zag door de drukte geen straten meer. De zenuwen bekropen me behoorlijk die laatste minuten. En ik dacht daar zittend: opa heeft hier in 1969 ook gezeten en gesprongen. Maar hij niet alleen, maar ook mijn familie. Die gedachte deden mij behoorlijk ontroeren. En ik dacht tegelijkertijd ook: “Dat kin iech noe neet höbbe. Verman diech aanders weurt ’t hielemaol niks met miene speech“.”

Luc II zegt dat laatste met een gulle lach. Bewust had hij niks ingestudeerd. Hij wilde het publiek toespreken zoals zijn hart het hem die zondagmiddag ingaf. Inmiddels weet iedereen dat hij zo nu en dan even moest zoeken naar woorden; die ‘haperingen’ vond het merendeel van het publiek prima. Het gaf de nieuwbakken Hoeglöstigheid bij menigeen gelijk een aura ‘Dat is eine vaan eus’.

  1. Wat is uw favoriete Mestreechter woord?

(lacht) “Lestig,  lestig….. (denkt na)…..Laten we het toch maar houden op sjotelsplak. Er zijn natuurlijk tal van heerlijke Maastrichtse woorden. De sjotelsplak is evenwel voor meeste niet-Maastrichtenaren en zelfs voor menige geboren en getogen inwoner van onze stad een woord waar de ougsbraoje zwaar worden gefronst.”

  1. Van wie hebt u die enorme klaor en tegelijk stem die rust uitstraalt georve? 

“Beetje hees dan toch. Leuk dat ik die vraag krijg. Ongetwijfeld krijg je iets mee van je pa en ma. Maar ik heb mijn stem en het tempo van spreken in de loop der jaren bewust ontwikkeld. Dat was ook nodig omdat ik op verschillende plaatsen heb gewoond en gewerkt. Maastrichts is toch enigszins een wauwel-taol. Voor een Maastrichtenaar in den vreemde is er altijd werk aan de winkel. Ik ben dus best wel bezig geweest zowel in het Nederlands als het Engels goed te leren articuleren.”

  1. Wie mag een echte Mestreechteneer genoemd worden?

“Wie ik ook noem, ik ga zoveel anderen tekort doen. (diepe zucht)………… (lang nadenken)……. ‘Lestig’.  Ik kies toch voor mijn vader. Hij is voor mij  de verpersoonlijking van de Mestreechter Geis. Pa heeft zolang ik dat bewust meemaak zoveel voor verenigingen en de Mestreechter Vastelaovend heeft gedaan. En dat alles altijd op een manier zonder zelf op de voorgrond te treden maar er wel op zijn manier plezier aan belevend. Dat vind ik een meer dan sjieke eigenschap. Een vader is natuurlijk al snel een voorbeeld voor zijn kroost. Maar wat ik altijd zeer weet te waarderen is dat hij niks heeft met ‘hoog van de toren blazen’.”

  1. Maastricht kent veel mooie en bekende plekken. Welke – iets minder bekende locatie – vindt u dat iedere bezoeker van de stad gezien moet hebben?

“Tja ik moet toch twee voor de hand liggend plekken noemen. Dat is voor mij persoonlijk toch echt letterlijk ’t Vriethof op ’n baank. Op de eerste avond dat Jolien en ik elkaar leerde kennen hebben we samen op e benkske heerlijk met elkaar gesproken. Hoe Maastrichts wil je het hebben es koejong vaan de stad. De mooiste plek in het algemeen – sorry ik kan het niet spannender maken dan het is – blijft voor mij toch Paoter Vincktoren en omgeving. Prachtig toch als je daar loopt. Die plek verveelt nooit. Daar ruik je de geschiedenis van de stad in al haar facetten; tegelijkertijd straalt het parkje pure romantiek uit.”

  1. Waarom heet jullie dochter Doris?

De prakkezeers diech suf. Je gaat toch voor een naam kiezen voor iemand die daar de rest van zijn of haar leven mee moet rondlopen. Wij wisten overigens – zoals het hoort vinden wij – niet of het een jongen of een meisje zou worden. Het leven wordt toch nog meer bijzonder als je op het moment suprême wordt verrast. Niet met een L. of een J.. En Jolien had bij de meisjesnaam gelijk een goed gevoel bij Doris. Niet minder belangrijk vonden we ook dat de naam lekker in het gehoor ligt en toch niet al te dagelijks is. Doris van Lijf dat staat als een huis.”

  1. Tot slot. Wat is uw favoriete Mestreechter ete?

“Ha ha ha ha”…………..  (lange stilte)……….  “Zoervleis? Sorry Mestreech, mer dao laot iech miech neet veur haangeVerkespuu krijg je dat nog ergens? Maakt niks uit, daar word ik ook – behalve in het liedje – ook niet heel erg lyrisch van. Wij eten trouwens heel erg weinig vlees. Niet omdat ik een vegetariër ben. Wel heb ik iets met het motto: ‘Verbeter de wereld en begin bij jezelf’. Dus het mag wat mij betreft wat het consumeren van vlees betreft een onsje minder worden. Neemt niet weg dat ik heel erg gelukkig kan worden van de heerlijke saté van café Pieke Potloed en een gehaktbal van Saveurs.”



Lees ook