Laurens Bouvrie
TIM-verslaggever 31 december 2020

Een ode aan de Maastricht UMC A3 helden en alle andere Nightingales

Lang gedubd over mijn laatste Thuis in Maastricht bijdrage in het jaar 2020. Een geïllustreerd overzicht van een jaar dat letterlijk voor iedereen een was van ‘nog nooit meegemaakt’; ik kwam op de voorlaatste dag van het jaar tot de conclusie dat die beelden ook op 1 januari 2021 tot de verbeelding spreken. Dit oudjaar-artikel is een ode aan het zorgpersoneel. Van 27 september tot en met 27 oktober bracht ik noodgedwongen mijn tijd door in het Maastricht UMC+. Neen, niet vanwege Covid-19; wel was de longafdeling al die weken mijn thuis. De plek waar ook corona-patiënten worden verzorgd. Werd ik zomaar getuige hoe doktoren, verplegers en ondersteunend personeel dag in dag uit met liefde voor het vak, vakmanschap en engelengeduld etmaal op etmaal iedere patiënt van dienst zijn. Iedere dag werken onder hoogspanning, maar altijd met passie, compassie en weinig gezeur. Voor alle potten en pannen trommelaars, fluitjesblazers en ‘ik ben mijn vrijheid kwijt zeurders’: draai eens een weekje mee op bijvoorbeeld MUMC+ A3.

Het was in de derde van een in totaal bijna vijf weken durend verblijf in het Maastricht UMC+ dat de afdeling waar ik verbleef – A3 – voor de helft werd opgetuigd om Covid-19 patiënten volledig van dienst te kunnen zijn. Zelf lag ik op de longafdeling vanwege een rechterlong waarin een abces nogal voor moeilijkheden zorgde. Neen, dit wordt geen variant op Vinger aan de Pols, nog minder MASH en zeker geen artikel waar ik eens lekker mijn lijdensweg in het najaar 2020 van mij af kan schrijven. Mocht ik ooit in een neerwaartse spiraal vol melancholie, zelfmedelijden en -beklag terecht komen, kan dat altijd nog in de Facebook-rubriek: ‘Dat höb iech weer’.

De tijd dringt. Het jaar 2020 is zo goed als voorbij. Al veel eerder had ik mij tot u moeten richten om mijn loftrompet te steken over de ongelofelijk sterke A3-brigade van het Maastrichtse academische hospitaol. Vanaf dag één dat ik puffend en vooral kreunend min of meer – zonder daar op dat moment zelf weet van te hebben – vaste inwoner van de longafdeling werd, tot de dag van mijn ontslag heb ik met verbazing naar de prestaties van het zorgpersoneel gekeken en geluisterd. Ik zou mij moeten schamen daar in dit bijzondere jaar niet over te schrijven. Op het nippertje doe ik het dan toch.

Lag ik wekenlang niet al te okselfris bij; in vergelijk met andere patiënten was ik een feestnummer. De longafdeling in Maastricht – elders zal het niet anders zijn – herbergt heel veel mensen die letterlijk naar adem snakken. Niet zelden gaat die handicap ook nog eens gepaard met een fikse mate van immobiliteit en – zo moest ik helaas vaak constateren – was de kans op volledig herstel vaak nihil.  Die combinatie, zo leerde ik eigenlijk al vanaf dag een, betekent dat verplegend personeel dag in dag uit de benen onder het lijf loopt. Stappenteller-apps mogen ze niet installeren omdat de kans groot is dat die hun smartphone doet laten smelten. Jammer dat er geen apps zijn voor ‘hoe goed gemutst ben je’ en ‘dienstbaarheid meten’. Nog meer jammer is dat voor deze specifieke talenten en kwaliteiten geen awards bestaan. Ik had al een vermoeden, maar tussen 27 september en 27 oktober van het jaar 2020 werd voor mij duidelijk dat een dergelijke prijs vrijwel altijd kon worden uitgereikt aan iemand werkzaam in de zorgsector. Voor de goede orde, om welke discussie dan ook te voorkomen: neen niet specifiek voor een verpleger op een longafdeling. Eerdere ervaringen en wat je zoal lees en hoort – zeker dit jaar – maken duidelijk dat het merendeel van de mensen werkzaam in de zorgsector wel uit zeer goed hout gesneden is. Wat wordt ook alweer zo vaak gezegd: werken in de zorg is een roeping! Naast de Maastricht Award mag voor mij vanaf volgend jaar ook de Maastrichtse Florence en Florian Nightingale Award in het leven worden geroepen. Elisabeth Strouven Stichting: grijp uw kans.

Terug naar A3. Nam ik iedere dag de intensiteit en toewijding waar van een ieder die hier werkzaam was; vanaf de derde week werden nog eens een paar tandjes bijgezet. Half oktober diende zich de tweede corona-golf aan. Als patiënt merkte je in ‘service-opzicht’ niks van de omslag. Toch merkte je dat alles en iedereen op de afdeling zich gereed maakte om voor de tweede keer dit jaar ‘corona-proof’ te zijn. De impact dat A3 ook weer Covid-19 afdeling ging worden hing simpelweg in de lucht. Dat merk je ook als patiënt, maar niet omdat doktoren, verpleging en ondersteunend personeel minder of anders tijd voor je heeft. Ik raakte van die professionaliteit die ik ook zag als een groot sociaal vermogen behoorlijk onder de indruk. 

En dan is het echt zo ver. Daar waar ikzelf daags tevoren met drie andere patiënten lag is nu een ‘corona-kamer’ geworden. A3 is door allerlei scheidingswanden en streng toezicht opgesplitst in twee afdelingen. Voor mij en mijn metgezellen veranderd niet zo gek veel, zeg maar gerust niets. Een druk op de knop met daarop nog ouderwets een ‘zustersymbool’ is voldoende om binnen no time een verpleger aan je bed te zien. De koffie-thee-limonade rondes vinden keurig op tijd rond tien in de ochtend en drie in de middag plaats. De ochtendroutine van meten (hart/temperatuur, bloeddruk) en slikken (medicijnen) en verzorging (wassen): alles blijft hetzelfde. En toch is – ook dat hangt simpelweg in de lucht – alles anders. Later, als ik mobieler wordt en zelfs kleine ommetjes kan maken of op de hometrainer wat meters maak, zie ik aan de overkant ‘live voor me’ de beelden die we allen zo goed kennen van journaals of andere tv-uitzendingen over zorgpersoneel op Covid-19-afdelingen. Wat ik zie blijft net zo surrealistisch als de nieuwsbeelden. Het is iedere keer één verpleger die een gesloten kamer inloopt. Heeft hij of zij iets nodig komt iemand anders dan brengen; tot aan de deur. De gang is als het waar de neutrale zone. Een shift op de Covid-19 afdelingen hakt er behoorlijk in. Dat merk je aan de gesprekken die je voert. Dat vertelt een verpleger niet direct; dat is de eer te na. Maar tussen de regels door kan de goede verstaander wel het een en ander opmaken.

De verplegers van A3 draaien sinds die half oktober of een ‘normale dienst’ of een corona dienst’. Ik ben inmiddels al weer een tijdje thuis. Niet alleen thuis. Ik bagger weer door de velden, loop de trappen van de Noordertoren van de Sint Servaasbasiliek op als een bijna jonge god. Ik wandel, ik fiets, ik werk. Kortom ik leef! Wel denk ik nog vaak terug aan die vijf weken MUMC+ afdeling A3. Niet zozeer vanwege de eigen malheur;  veel meer houden mij de topprestaties van artsen, verplegers en al die anderen daar werkzaam bezig. Ik kan overigens – dat deed ik overigens daarvoor ook al – niet nalaten mij kapot te ergeren aan de klagende, zeurende en ‘ik doe toch wat ik wil Nederlanders’. Wat zou ik ze graag stuk voor stuk graag een weekje of vijf meenemen naar de longafdeling in het Maastrichtse ziekenhuis. Wat zou ik ze vooral graag eens een weekje of vijf nachtdienst, vroege- of middagdienst laten draaien op de corona-afdeling. Maar wel met de plicht om perfect werk af te leveren, dienstbaar te zijn en vooral zonder te zeveren en te klagen.

Ik wens iedereen een heel mooi, gezond en liefdevol 2021 toe. En zonder gene voeg ik daaraan toe: die van A3 en al die anderen uit de zorg net iets meer dan de rest.

 

 

 



Lees ook