Stephan Van Appeven
TIM-verslaggever 14 juli 2020

Edwin Hermans kiest voor gezin en laat voetbal even achter zich

Sinds kinds af aan is Edwin Hermans met voetbal bezig. Na zijn jaren als speler en trainer in het profvoetbal, was de Tilburger de voorbije seizoenen actief als hoofdcoach van Maastrichtse amateurverenigingen. Daar komt nu voorlopig een einde aan. Hermans wil de zondag, die voorheen geheel in het teken stond van voetbal, nu vrijhouden voor zijn gezin.

Zijn laatste klus heeft hij niet kunnen afmaken. Edwin Hermans was met RKSV Heer misschien wel op weg naar het kampioenschap in de tweede klasse. Met een wedstrijd of tien nog voor de boeg en een gedeelde eerste plek op dat moment, gooide het coronavirus roet in het eten. En ondanks dat hij nooit zal weten of hij als trainer zijn ploeg naar de titel had kunnen coachen, had hij op dat moment al besloten te stoppen in het voetbal. Hij gaat in ieder geval een jaar er tussenuit om te kijken hoe dat bevalt. “Ik heb door het profvoetbal altijd op onregelmatige tijden gewerkt, ook in het weekend. Nu kwam ik op een punt dat ik ook wel wat vrijheid wilde hebben. Zeker op de zondag.” Want Hermans heeft, nu hij niet meer werkzaam is in het profvoetbal, een baan van veertig uur. Op zaterdag was hij dan met de sportactiviteiten van zijn kinderen bezig en het hoofdtrainerschap in het amateurvoetbal slokte daarnaast elke zondag op. “Ik was dan niet alleen bezig met onze eigen wedstrijd van het eerste om half drie, maar ging ’s morgens ook nog naar de reserves in het tweede elftal kijken. Ik vond dat dat moest.” Hermans vindt het jammer dat het amateurvoetbal vastgeroest is aan spelen op de zondag. “Met Heer wilden we eigenlijk vast op zaterdagavond gaan spelen. Het is echter lastig om iedereen daar in mee te krijgen. Als dat door was gegaan, was ik misschien doorgegaan als coach.”

Coach in het profvoetbal

Hermans, woonachtig in Biesland met zijn vrouw Caroline en hun drie kinderen, is manager logistiek bij Cardimed, een bedrijf dat medische goederen verkoopt. Afgelopen half jaar leek hij deze job even op een zijspoor te plaatsen, toen profclub Roda JC hem voor een klein half jaar wilde inlijven. “Ik zou door mijn werkgever uitgeleend worden aan Roda voor vier maanden. Ze vertelden me een trainer te willen van deze tijd. Uiteindelijk kozen ze voor René Trost, iemand die meer bekend was met de club.” Dat was de derde kans op het hoofdtrainerschap van een profclub in Zuid-Limburg die Hermans kreeg. Eerder was hij ook al bij MVV en Fortuna Sittard dichtbij de invulling van die functie. “Bij Fortuna had ik een contract voor een half jaar kunnen tekenen. Ik wilde echter iets voor de langere termijn. Ik ga niet mijn baan opgeven om koste wat kost in het profvoetbal werkzaam te zijn. Of het zou al voor een periode van twee jaar moeten. Dan kan ik een poosje aan de slag.” Hermans werkte gedurende zijn profperiode nooit in het buitenland. Iets dat hij en zijn gezin best wel hadden willen meemaken. “Ik was een jaar of vijf terug wel dichtbij. Ik kon met Wiljan Vloet mee als assistent naar een club in Griekenland. Twee dagen voordat we zouden tekenen, ketste dit af.”

Carrière

Hermans was als speler actief voor PSV, FC Eindhoven, FC Volendam, Fortuna Sittard, De Graafschap en Willem ll. Vervolgens was hij als trainer actief bij Willem ll en bij MVV vervulde hij de rol van assistent-coach. Hoofdtrainer was Hermans vervolgens bij SCM op Oud-Caberg en de voorbije drie seizoenen bij RKSV Heer. In zijn eerste jaar werd hij met deze club kampioen, om de twee jaargangen erna mee te doen in de middenmoot en erna zelfs de bovenste regionen van de tweede klasse. Hij is toch wel trots op wat hij daar heeft achtergelaten. “Dit is echt een stabiele club geworden. Het eerste jaar werden we kampioen met nul rode kaarten of schorsingen. Dat was vóór mijn komst wel een ander verhaal. Spelers verloren te makkelijk hun hoofd. Daar hebben we toen echt de nadruk op gelegd. Bovendien vind ik het belangrijk dat ik de spelersgroep altijd zo goed als bij elkaar heb weten te houden. Er zijn er altijd een paar die afvallen omdat ze niet kunnen leven met hun rol als reserve. Maar van de twintig man met wie we startten, bleven er altijd achttien over.”

Missen

Hetgeen Hermans het meest denkt te gaan missen is de groepsdynamiek. “Kleedkamerhumor is het mooiste wat er is. Maar ik mis ook wel mijn eigen ontwikkeling. Je leert als coach bijvoorbeeld slecht nieuws over te brengen; waarom je iemand ernaast moet zetten. Ik heb het voetbal altijd leuk gevonden. Ik steek er als coach alle energie in en weet overal van af. Ik ben echter nooit iemand geweest die tot zeven uur in de kantine bleef hangen en na een overwinning mee in de polonaise ging.” Toch laat Hermans het sporthoofdstuk niet helemaal achter zich. Hij begeleidt nu mensen individueel bij het sporten. Of hij de rollende bal daarbij niet te veel gaat missen, gaat het komende jaar blijken.



Lees ook