Stephan Van Appeven
TIM-verslaggever 22 januari 2019

De Schoolschrijver deelt haar liefde voor taal met basisschoolkids

Li Lefebure start deze week aan haar tweede termijn als ‘De Schoolschrijver’. De kinderboekenauteur bezoekt een half jaar lang wekelijks basisscholen om hen op een speelse manier met taal bezig te laten zijn. Dit jaar is de Emile Wesly school op Belfort de enige Maastrichtse deelnemer.

 

Na een tijdje moet het ‘schoolschrijverseffect’ zichtbaar zijn, zo onthult Li Lefebure lachend. Dat houdt in: basisschoolleerlingen moeten taalsterker zijn, een uitgebreidere woordenschat hebben, meer zelfvertrouwen hebben opgedaan op taalgebied en gewoon veel meer plezier in lezen en schrijven beleven. Een klusje wat je wel aan de 48-jarige blondine kunt overlaten. Ze werd vorig jaar benaderd om de taak van schoolschrijver op zich te nemen. Dit initiatief ontstond ooit in Amsterdam, waarbij een moeder op een school merkte hoe slecht het leesklimaat wel niet was. Op een school aldaar is het project destijds opgezet en al snel breidde het aantal plekken uit. Inmiddels zien ook sponsoren, gemeentes en provincies het belang ervan en betalen eraan mee. “Het eerste jaar is iedereen zo goed bevallen dat we ermee door zijn gegaan. Ik kijk zelf al vooruit naar volgend jaar, wanneer ik op vijf Limburgse scholen actief hoop te zijn hiermee. Nu zijn dat er drie, waaronder één in Maastricht dus.” Ervaring leert haar dat kinderen, in een tijd waarin het lezen van een boek niet aan de jeugd besteed lijkt en er toch vooral gegamed wordt, in eerste instantie een beetje sceptisch zijn over de gastlessen van Li.  Maar na een tijdje verdwijnt die instelling en kijken ze zelfs uit naar haar komst. Bij de school waar ze vorig jaar actief was als Schoolschrijver (in Meerssen) werd de wekelijkse komst van Li als een hoogtepunt gezien door de kinderen en was ze enorm populair. “Sterker nog, er was een jongen die oprecht heel erg teleurgesteld was toen ik een keertje ziek moest afzeggen”, herinnert Li zich nog. Wekelijk spendeert ze een uurtje in een klas, bij Emile Wesly de groepen 3 tot en met 8. En omdat ze er dan toch is, wil ze best ook een half uurtje inlopen bij 1 en 2.

Creatief

Met diverse creatieve oefeningen, spellen en voorleessessies hoopt Li het taalklimaat bij de doelgroep op niveau te houden of te krijgen. Bijvoorbeeld door het maken van acroniemen, waarbij kinderen bij alle letters van elkaars naam een eigenschap van die persoon moeten bedenken. Of Li knipt een bestaand gedicht in stukken en de kinderen mogen dan puzzelen wat de originele volgorde was. Maar er worden ook hele stukken van boeken gelezen. “Kids zijn gericht op de voorkant van het boek, op een titel en ook op wat er achterop staat. Dit terwijl dat misschien helemaal niks zegt over dat boek. Daarom heb ik een kist met allerlei boeken samengesteld. Daar zit van alles in; van fictie en strips tot boeken met weetjes. Die worden gekaft waardoor de kids niet weten wat erin zit. Er staan alleen steekwoorden op over het genre en waar het over gaat. Op basis daarvan maken ze een keuze en zijn ze verplicht een aantal pagina’s te lezen.” Of de scholieren krijgen bijzonder huiswerk mee en moeten hun ouders interviewen. Daarbij moeten zij aan hun kinderen vertellen wat zij op school vroeger verplicht waren te lezen. “Ouders vinden dat leuk. Die gaan dan helemaal terug naar hun verleden”, vertelt Li.

Reacties

En het zijn die ouders waar Li ook persoonlijke complimenten van krijgt. “Ze vertellen dat hun kinderen thuiskomen en uitgebreid vertellen over wat ze met mij gedaan hebben. Ik krijg dan te horen dat ik een dusdanige rol heb gespeeld dat dit nooit meer uit hun systeem gaat en dat ze me nooit zullen vergeten. Voor dat soort reacties doe ik het ook wel. Dat is ook precies wat ik met mijn boeken wil bewerkstelligen. Dat educatieve tintje meegeven. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is om taalsterk te zijn. Je bent nergens als je later niet een contract kan lezen of de bijsluiter van je medicijnen.”

Foto: Anne Reitsma



Lees ook