Stephan Van Appeven
TIM-verslaggever 19 mei 2020

Dansers willen weer aan de slag: ‘Op de dansvloer is het veiliger dan in de supermarkt’

De maatregelen om verspreiding van het coronavirus af te remmen worden langzaamaan versoepeld en de diverse sectoren weten – mits de cijfers gunstig blijven – waar ze aan toe zijn. Hoe anders is dat voor de danswereld? Chris Bernaards van de iconische Maastrichtse dansschool Bernaards weet nog steeds niet waar de overheid zijn beroepsgroep onder schaart en eist samen met collega-scholen uit het land duidelijkheid van het kabinet.

Valt dansen nu onder onderwijs, cultuur of sport? In het eerste geval zou Chris Bernaards zijn school in de Brusselsestraat al mogen opengooien en in het tweede geval mag hij vanaf 1 juni dertig mensen binnen ontvangen. De derde optie is de minst aantrekkelijke. Dan mogen de deuren pas vanaf 1 september open. Chris Bernaards zegt het nog niet te weten, want de danssector wordt nergens genoemd in de overzichten met versoepelingen. Ervan uitgaan dat dans in de categorie sportscholen valt, is volgens hem erg kort door de bocht. “We gebruiken geen materialen, geen attributen, we dansen niet op blote voeten. Bovendien danst 95 procent van al onze koppels met zijn of haar eigen partner. Als je samen tegen elkaar aan in bed kunt liggen, kun je ook samen dansen”, is zijn overtuiging. Chris staat niet alleen in zijn onwetendheid. Samen met ruim 1300 andere professionals in deze branche is de alliantie Dansondernemers Nederland opgericht. “Dat is het enige voordeel aan deze situatie. Door de coronacrisis is dansend Nederland nu een keer verenigd, welke vorm van dans men ook uitvoert.” De ondernemers overhandigden vorige week het basisprotocol Dans, met daarin specifieke regels voor deze beroepsgroep, aan de ministeries van VWS en OCW. Een week eerder werd al een brandbrief aan de Tweede Kamer afgeleverd met daarin de wens de sector serieus te nemen en niet te doen alsof dansend Nederland niet bestaat. “En dat terwijl 1,4 miljoen Nederlanders wekelijks dansen!”, merkt Bernaards verbaasd op. Inmiddels heeft Eppo Bruins van de Christenunie in de Tweede Kamer navraag gedaan over dit onderwerp. In antwoord daarop noemde minister Eric Wiebes de dansbranche een grensgeval. Via de website van de Rijksoverheid moet hierin volgens hem snel duidelijkheid gegeven worden.

Aanpassingen

Bernaards wacht op duidelijkheid en groen licht, maar vindt dat hij een dusdanig verantwoord plan heeft voor de komende periode, dat dansen gewoon weer mogelijk moet zijn. “Ik wil vakken aanbrengen op de vloer. Een single danser krijgt tien vierkante meter, een koppel zestien. Bovendien gaan we stationair dansen. We doen alleen de Cha-cha-cha, Rumba, Bachata en de Salsa, waarbij je beweegt op een kleine ruimte. Dan kom je mekaar echt niet tegen. Dan is het hier veiliger dan als je boodschappen doet bij de AH. Verder krijgt elk koppel een tafel, waar de barkeeper met handschoenen aan de drankjes op zet. Geen fysiek contact dus.” Om alle cursisten aan het dansen te krijgen, moet Bernaards extra uren gaan maken. “We zullen de groepen moeten halveren. Al moet ik de hele zomer doorwerken, dat geeft helemaal niks. Wat mij betreft zijn de mensen die hun cursusgeld al betaald hebben, hun geld ook niet kwijt. Met hen ga ik gewoon in juli en augustus door, als we in die periode alweer open zijn. Dan heb ik ook het verlies voor mijn dansschool relatief beperkt.” Want dat verlies is nog een extra angst van de dansscholen en dus ook van Bernaards. Mocht hij pas 1 september weer aan de slag kunnen en er zou tegen die tijd een eventuele tweede golf aan coronapatiënten door Nederland gaan, dan is Bernaards bang heel 2020 geen lessen meer te kunnen verzorgen.

Kinderen

Omdat kinderen al buiten mogen sporten, is Bernaards inmiddels alweer met die categorie aan de slag. “Ik heb buiten de school een betonnen vloer gestort. We laten tien tot vijftien kinderen tegelijk dansen. Ook daarbij komen een hoop handelingen kijken. We hebben iemand die de kids buiten al opvangt en laten de volgende groep de vloer niet op voordat de andere weg is. Het is nu echt wachten op dat we ook binnen weer les mogen geven, ook aan volwassen.” Dat het horecagedeelte van zijn dans- en partycentrum waarschijnlijk per 1 juni al open mag, is niet hetgeen waarvan Bernaards het van moet hebben. “Ik mag open als café met maximaal dertig gasten. Ik heb er alleen weinig aan als zij geen dansje kunnen maken hier. De bruiloften en partijen die hier gehouden kunnen worden, zijn voor dit jaar sowieso een verloren zaak. Dat staat ook helemaal los van de lobby dat we mensen weer willen laten dansen.”



Lees ook