Laurens Bouvrie
TIM-verslaggever 12 oktober 2019

Commando-overdracht: Limburgse Jagers voelen zich ‘voor elkaar!’ ‘altijd!’ thuis in Maastricht

Het 42 Pantserinfanteriebataljon (42PAINFBAT) ook bekend als 42 Bataljon Limburgse Jagers nam afgelopen dinsdag bezit van het Vrijthof. Voor de Hoofdwacht vond de commando-overdracht plaats van luitenant-kolonel Ralf Goossens aan diens in rang evenknie Ron Plender. De in Oirschot gelegerde infanteristen komen voor dit soort ceremonies graag naar Maastricht. Een van de oudste regimenten van de Nederlandse krijgsmacht heeft een intensieve band met de provincie Limburg in het algemeen en de stad Maastricht in het bijzonder. Van 1967 tot en met maart 2006 hield de Regimentscommandant van het Regiment Limburgse Jagers huis in de Hoofdwacht. Voor even leek Maastricht weer de garnizoensstad van weleer.                                                             

Al vroeg in de ochtend waren Limburgse Jagers afgelopen dinsdag op en rond het Vrijthof waar te nemen. Zoals het militairen betaamt wordt bij een commando-overdracht niets aan het toeval overgelaten. Tegelijkertijd is zo een ceremonieel ook de perfecte gelegenheid om aan het publiek te tonen wat de Nederlandse soldaat in huis heeft en waar de krijgsmacht voor staat. En dan heb je met het 42e Pantserinfanteriebataljon wel de top van de landelijke defensie in huis. Zowel de historische als de tegenwoordige activiteiten spreken tot de verbeelding. Het huidige bataljon wordt zeer regelmatig ingezet bij grote missies van de Verenigde Naties.

In de middag stonden de compagnies, het muziekkorps van de Limburgse Jagers, rijdend materieel en tal van hoge gasten, waaronder gouverneur Theo Bovens, burgemeester Annemarie Penn – te Strake en brigadegeneraal Rob Querido in de houding voor de opkomst van de vlag van de Limburgse Jagers. Ook de twee ganzen van de Alfa-compagnie, gaven zoals altijd bij een officieel Limburgse Jagers moment acte de présence. Het was het begin van een korte maar indrukwekkende commando-overdracht. Luitenant-kolonel Ralf Goossens mocht nog een keer zijn manschappen toespreken. Dat deed hij met vooral heel veel dankuitingen en – zoals de traditie het wil – een emmer vol flesjes bier. Daarna was het aan hem om de vlag van het regiment over te dragen aan zijn opvolger Ron Plender.

Dat soort ceremonieel militair vertoon in Maastricht kennen we tegenwoordig vooral nog door verenigingen zoals De Maestrichtsche DienstDoende Stadsschutterij 1815 en met een carnavaleske knipoog Garderizzjemint De Kachelpiepers. Dat was in de honderden jaren dat de stad een garnizoensstad wel anders. Soldaten maakten – zoals studenten nu – een belangrijk onderdeel uit van de Maastrichtse samenleving. En in roerige tijden – en die hadden we hier in de eeuwenlang aan de lopende band – waren die nog wel nadrukkelijker aanwezig dan de internationale gasten van tegenwoordig. Hoe dan ook,  Maastricht als belangrijke Noordwest-Europese vestingstad kende tot de eerste helft van de 19e eeuw een allegaartje aan militaire medebewoners. Dat betekende ook dat marcherende troepen in de stad een vrij gewoon stadsbeeld was. En de Limburgse Jagers waren – met domicilie in de Hoofdwacht – de laatste reguliere troepen die een militaire stempel op de stad drukten. De Hoofdwacht was van 1967 tot en met maart 2006 de officiële residentie van de regimentscommandant. 

Die tijden zijn voorbij. De oudere generaties hebben weliswaar nog meegemaakt dat soldaten die in de Tapijnkazerne verbleven ‘op oefening gingen op de Sint Pietersberg’, maar met en met verdween de Nederlandse militair uit het stadsbeeld. Wel had de stad nog tot 2010 (ook vanaf 1967 gelegerd in Maastricht) de verbindingseenheden van de AFCENT (NAVO) in de Tapijnkazerne en in een van de gangenstelsels van de Cannerberg in huis.

De overdracht van de vlag was niet het enige hoogtepunt van de middag. Brigadegeneraal Querido werd door de nieuwe commandant Plender van de Limburgse Jagers gevraagd aan te treden. Hij sprak het publiek toe over de bijzondere verdiensten van Ralf Goossens tijdens een aantal van zijn vredesmissies. Met name die in Afghanistan. Het was volgens de brigadegeneraal voor een belangrijk deel aan Goossens te danken dat in zware tijden – waarin ook Nederlandse militairen sneuvelden en gewond raakten – dat het moreel van de troepen zeer hoog bleef. Voor de voor de Limburgse Jagers zo historische Hoofdwacht kreeg de commandant die zojuist afscheid had genomen van zijn manschappen de hoge onderscheiding Ereteken voor Verdienste opgespeld. Daarna echode nog een keer de lijfspreuk van de Limburgse Jagers over het Vrijthof. De nieuwe commandant riep: “Voor elkaar!” De manschappen uit volle borst: “Altijd!”

 

 



Lees ook