Column: Kattenmens

op 1 december 2017 door Glauke Pannevis Buurtreporter

Ik wil ook een hond.
Liefst zo’n grote lobbes met een zwarte neus en een lang wit afrokapsel.
Een die met zijn riem in zijn bek mij met smekende ogen richting voordeur lokt.
Al komt de regen met bakken uit de hemel vallen.
Verplicht aan de wandel!

Zolang ik nog geen viervoeter heb laat ik mezelf wel uit.
Op vijf minuten lopen van mijn huis stap ik het buitengewoon prachtige park Jekerdal binnen.
Middenin de slingerende rivier staat een reiger in het stromende water op een rotsblok.
Hij laat zich parmantig door mij fotograferen.
Ik inhaleer de zalige geur van rottende bladeren en het typische aroma van de Jeker.

Op vier eenden na, die tegen de stroming van het water in proberen te zwemmen, is het rustig aan deze kant van het dal.
Een paadje langs de leeg geoogste akkers brengt mij bij de pony weide aan de Mergelweg.
De pony’s staan er een beetje verloren bij.
In het weekend worden ze liefdevol verzorgd door jongens en meisjes.
Een paardenborstel ligt in de modder op de grond.
Er staat een pony aan het hek. Ik aai hem en begin een gesprekje met hem.
Met zijn hoofd maakt hij steeds ja-knikkende bewegingen. Hij is het blijkbaar met me eens.

Dan begint het te regenen. En niet zo zacht ook.
Gelukkig draag ik mijn fantastische ‘onopvallende’ lichtblauwe rubberen regenlaarzen.
De wind snijdt in mijn gezicht. Met mijn handen probeer ik mijn voorhoofd te beschermen tegen de doordringende kou.
Door mijn kletsnatte spijkerbroek en doorweekte winterjas besluit ik mijn looproute rigoureus in te korten.
Rechtstreeks terug naar huis. Voorbij de moestuintjes, over het gladde bruggetje, langs het verlaten zwembad waar de zomer nooit meer lijkt terug te keren. Ik ben er bijna. Bijna op mijn bank. Bijna terug onder mijn warme wollen deken.

Aan de overkant van het zebrapad staan mijn buren met hun twee hondjes te wachten.
“Goedemorgen!” begroet ik ze vriendelijk met mijn doorgelopen mascaragezicht, zodra het groen is.
“Lekker aan de wandel?” klinkt mijn stem enigszins cynisch.
“Daar heb je honden voor!” lachen ze hartelijk en vervolgen vrolijk, het weer trotserend de oversteek richting het park.

Misschien ben ik toch meer een kattenmens.

Glauke P.