Laurens Bouvrie
TIM-verslaggever 21 maart 2021

Als muren konden spreken; renovatie eeuwenoude achterhuizen Munt- en Mariastraat

Iedereen die wel eens door een oud gebouw dwaalt kent het verlangen: wat als muren konden spreken. Ik had het recentelijk toen ik met Wim Knols een toer maakte door een aantal niet in al te beste staat verkerende gebouwen ingebed tussen de Muntstraat, Mariastraat en Jodenstraat en Kesselkade. Zelfs de ervaren bouwondernemer, toch vooral bezig met hoe bouwtechnisch en ook architectonisch alles perfect af te leveren, kan bij een klus als deze mijmeren over honderden jaren Maastrichts verleden. Samen met de directeur van Knols Projects ging ik terug naar het Maastricht tot in de vijftiende eeuw.

Wim Knols wacht mij op bij een poort aan de Mariastraat. Het is een druilerige maandagochtend. Zometeen krijg ik van hem een rondleiding door wat je kunt noemen een stukje verborgen oud-Maastricht. Wel een dat zeer toe is aan een fikse opknapbeurt. Dat mag van Knols en zijn Projects-team een specialiteit worden genoemd. Behalve ondernemer is hij overigens op allerhande andere manieren een bekende gezicht in Maastricht. In 1993 ging hij zijn stadsgenoten voor als stadsprins Wim II en onder zijn voorzitterschap is de Bieslandse Fanfare Sint Servatius een van de grootste en meest florerende muziekkorpsen van de stad geworden.

Uitkijkplatform ENCI-groeve

Voor Knols is bouwen en renoveren niet alleen een manier om geld te verdienen. Zijn – letterlijke – steentje bijdragen aan het op niveau houden dan wel nog vergroten van het Maastrichtse stedenschoon mag gerust een passie genoemd worden. Ja, hij is zeer regelmatig betrokken bij projecten in de oude binnenstad. Overigens weet hij niet alleen het verleden met verve op te kalefateren. Zijn bouwbijdragen leveren aan hedendaagse architectuur en unieke omgevingen doet hij net zo graag. Wat te denken van de enige jaren geleden voltooide bouw van de imponerende 40 meter hoge trap en het indrukwekkende uitkijkplatform bij en in de ENCI-groeve. 

De Vincentiuskapel

Terug naar die grijze maandagochtend. De Muntstraat en Mariastraat, de stadsgidsen loodsen er maar al te graag hun gasten mee naar toe. Maastricht is hier eeuwenoud en dus een omgeving vol van verhalen. Wim Knols loodst mij via trappenhuizen, lege winkelruimtes en magazijnen naar het hart van vanuit de straten onzichtbare behuizingen. In een miezerig regentje staan we op een plat dak. Het eerste waar mijn oog op valt is de Vincentiuskapel. Het rond 1850 in opdracht van Louis Hubert Rutten (1809 -1891) is vanaf de straat niet te zien. Het ligt verscholen achter de panden van Kesselkade 53 en Jodenstraat 22 (Drukkunstmuseum). De oudere generaties weten het nog wel: wie Vincentius zegt, zegt ook Sint Vincentiusvereniging. De katholieke stichting kwam en komt op voor zoals dat tot laat in de 20e eeuw werd genoemd de noodlijdende medemens. Nu noemen we dat in gepastere woorden maatschappelijke dienstverlening.

Het verborgen bidhuis, van binnen het kwartier prominent aanwezig, geen deel uit van Knols’ opdracht. De aannemer legt uit: “De panden die wij nu onder handen gaan nemen zijn kadastraal allen aan de Maria- en Muntstraat gelegen. De leeftijd van de panden en interieur varieert van de laat 15e eeuw tot het heden. Na tal van technische en historische onderzoeken zijn we de afgelopen maanden druk in de weer geweest met het maken van een plan van aanpak.”

Gevangenen in het Dinghuis

Recht tegenover de kapel is op het zuiden het onmiskenbare dak van het Dinghuis te zien. Het ranke gebouw dateert uit de 14e eeuw. Zoals iedere rechtgeaarde Maastrichtenaar – toch in ieder geval die met interesse voor geschiedenis – dient te weten dat hier ‘recht werd gesproken’. Het huidige Toeristen Informatie centrum deed ook lang dienst als gevangenis. Zouden de mensen die woonden waar ik die maandagochtend sta ooit het gekerm, gejammer en wellicht het geschreeuw van gevangenen gehoord hebben? Het woord, laat staan het nakomen van mensenrechten bestond in die tijden nog niet; verhoren waren er toch vooral op gericht dat de verdachte een bekentenis aflegde; niet goedschiks dan kwaadschiks. En zij die in het cachot terecht kwamen hoefden niet te rekenen op intensieve waarheidsvinding. Het gebeurde allemaal op een steenworp afstand van de woningen die Knols nu gaat opknappen.

Veiligheid voor alles

Voor hem telt de komende maanden toch vooral de panden te laten voldoen aan de eisen van deze tijd. Met dien verstande dat alles wat van historische (bouw)waarde is zoveel als mogelijk gered en hersteld moet worden. Samen met de aannemer geraak ik steeds dieper binnen de oude gebouwen. Zet voor vloeren, balken, kozijnen en daken het woord rot en je hebt de perfecte omschrijving van de situatie daar tussen Munt- en Jodenstraat. Waar moet je in godsnaam beginnen vraag ik mij als leek af. Wim Knols stelt mij gerust. “Dat denken wij ook wel eens hoor. Maar gelukkig weten we met architecten, constructeurs en ons eigen team hoe we een dergelijk intensief project in gang moeten zetten.”

Knols vervolgt in een donkere ruimte waar we omgeven worden door zichtbaar oude muren en balken zijn relaas: “Taak een bij elk project is zorg dragen voor veilig kunnen werken. Niet alleen fysieke veiligheid. Alle ruimtes asbestvrij maken is waar meestal mee moet worden begonnen.” De Maastrichtse aannemer doet zijn uiterste best om het bouwtechnische verhaal zo te vertellen dat de luisterende leek niet verdwaald. “We ontmantelen als het ware alle panden die bij dit project betrokken zijn. Alles wat weg kan wordt weggehaald. Dat schept de ruimte die we nodig hebben ruimte voor ruimte, gebouw voor gebouw digitaal te kunnen inmeten.”

Knols legt uit dat hij dit niet alleen doet voor het eigen werk, maar net zo zeer voor de constructeur en architect. “Hoe beter we alles in kaart brengen, des te exacter kan alles wat van belang is berekend worden. Om een voorbeeld te noemen: van groot belang is dat straks alle vloeren voldoende draagkracht hebben.” Aan alles is te merken dat Wim Knols het hele bouwproject niet alleen op papier en in de computer heeft staan, het zit ook in zijn hoofd. 

Terug naar de 15e eeuw

Inmiddels staan we voor het oudste deel van het project. Het is een oude vakwerkgevel behorend bij de Muntstraat nummer 31. De achtergevel is vaker gefotografeerd. Er in levende lijve mee te worden geconfronteerd, maakt het nog indrukwekkender. Al die honderden jaren heeft het – dat is best wel een klein mirakel – alle moderniseringen overleeft. Tegelijkertijd is het op een of andere manier nooit aan de orde gekomen om deze vakwerkgevel in oude luister te herstellen. Tot nu. Knols kijkt bijna verliefd naar het vakwerk van eikenhout met veldbrandstenen. “De kans dit soort muren te mogen restaureren wordt er in de loop der jaren niet groter op. Zeker niet in en een stad”. Ikzelf reken. Bouw ergens in de 15e eeuw. Hoeveel Maastrichtse familiegeschiedenissen kennen deze muren? 

Verborgen ornamenten 

De Maastrichtse aannemer heeft veel ervaring in het restaureren en een meer dan aardige palmares opgebouwd. Hij wordt evenwel nog steeds heel erg blij om in de oude binnenstad van zijn Maastricht met de bouwtechnieken en -eisen van nu het eeuwenoude verleden van de stad te bewaren. “We zijn hier met zijn allen wel een tijdje zoet mee. Er moet heel veel gebeuren. Soms met minutieuze precisie”. Hij zegt het terwijl we in een ruimte staan waar het buitenlicht amper een kans krijgt. Het plafond toont een wegennet van elektrabuizen. Nog niet zo lang geleden verstopt onder een plafond. Net zoals het originele plafond met prachtige ornamenten, en de vele eeuwenoude balken, gaat Knols Projects er alles aan doen om ze op te knappen en ze straks een prominent onderdeel te laten worden van het eindresultaat. “Dit soort uitdagingen maakt ons werk iedere dag weer ontzettend boeiend. En tegelijkertijd zien het ook als een eer op plek zoals hier letterlijk een steentje te mogen bijdragen aan het bewaren en opknappen van een stuk 100 procent Maastrichtse historie.”



Lees ook